Nieuwsbericht | 15-05-2024 | 08:56
Nu de wereld in beweging is, was 2023 een economisch turbulent jaar. De inflatie was hoog, de rente steeg en Nederland kende vrijwel geen economische groei. Door de oorlog in Oekraïne stegen de energieprijzen enorm. De Nederlandse regering heeft een reeks extra maatregelen genomen om de toename van de armoede te voorkomen, zoals het instellen van een plafond op de energieprijs en het verhogen van het minimumloon met 10%. Ondanks de terugval van de economische groei bleef de werkloosheid laag. Een scherpe loonstijging zorgde ervoor dat de koopkracht van veel huishoudens in de tweede helft van het jaar verbeterde. Het Nederlandse EMU-saldo eindigde het jaar op -0,3% van het bruto binnenlands product (bbp) en de staatsschuld op 46,5%.
Deze conclusies zijn te vinden in het Financieel Jaarverslag van het Rijk, dat minister Steven van Weyenberg van Financiën op Verantwoordingsdag aan de Tweede Kamer heeft aangeboden.
Volgens de heer Van Weyenberg: ‘In 2023 bleven de plannen uit de ambitieuze investeringsagenda van het kabinet uitvoering krijgen. De regering investeerde in oplossingen voor de belangrijkste uitdagingen waarmee de samenleving wordt geconfronteerd, op gebieden als gelijke kansen, onderwijs, klimaatactie en defensie. Belemmeringen bij de realisatie van deze oplossingen werden veroorzaakt door een aantal factoren, waaronder een tekort aan personeel. Ook in ons land lopen we tegen de grenzen aan van wat qua milieu en fysieke ruimte mogelijk is. Toch was het begrotingstekort kleiner dan verwacht, de staatsschuld lager dan in 2022 en leverden investeringen en uitgaven resultaat op.’
Overheidsfinanciën
In 2023 zijn niet alle begrote middelen besteed. Dit was deels te wijten aan de krapte op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft € 13 miljard minder uitgegeven dan verwacht, waaronder een bedrag van € 5,8 miljard dat is doorgeschoven naar toekomstige jaren, om ervoor te zorgen dat die middelen worden besteed aan de dingen waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld waren. De resterende € 7,2 miljard is wat bekend staat als ‘underspend’: gelden die aan het eind van het jaar nog niet zijn uitgegeven. Deze onderbesteding had vooral te maken met investeringsbudgetten en complexe vraagstukken, zoals de uitkeringen, de situatie in Groningen en de stikstofcrisis.
In 2023 gaf het kabinet in totaal € 5,4 miljard uit aan steun aan Oekraïne. Hiermee werd zowel militaire als humanitaire steun verleend, evenals de opvang in Nederland van Oekraïense vluchtelingen.
In 2023 was het begrotingstekort veel lager dan verwacht. In de Miljoenennota 2023 werd het tekort geschat op 3% van het bbp, maar kwam uiteindelijk uit op 0,3%.
Hiervoor zijn verschillende redenen. Ten eerste waren de werkelijke inkomsten in 2023 aanzienlijk hoger (€ 19,1 miljard) dan begroot in de Miljoenennota. Dit was het resultaat van zowel beleidsveranderingen, zoals het terugdraaien van het besluit om de energiebelasting te verlagen om de kosten van het prijsplafond te dekken, als van positieve economische ontwikkelingen, zoals hogere lonen en winsten, die zich vertaalden in hogere belastinginkomsten.
Een tweede reden was de onderbesteding in 2023. Tenslotte hadden decentrale overheden ook een begrotingsoverschot, en uitgaven die aan een ander begrotingsjaar werden toegerekend. Tegelijkertijd waren er ook extra uitgaven, zoals asiel, rente en het energieprijsplafond.
In 2023 bedroeg de EMU-schuld € 480,7 miljard, oftewel 46,5% van het bbp. Dit was lager dan het in de Miljoenennota 2023 geraamde cijfer (49,5% van het bbp). Ook was het lager dan de afgelopen jaren (51% in 2022 en 52,1% in 2021). In 2023 bleef de Nederlandse staatsschuld onder de EU-grens van 60% van het bbp.
Financieel beheer
Het afgelopen jaar heeft het financieel beheer van de Rijksoverheid zich vooral gericht op het doorvoeren van verbeteringen, het afronden van de steunmaatregelen uit voorgaande jaren in verband met de COVID-19-pandemie en de energiecrisis, en het administreren van de Nederlandse hulp aan Oekraïne. Volgens de Algemene Rekenkamer bedroeg de rechtmatigheid van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten in 2023 respectievelijk 98,9%, 99,6% en 99,9%. Ten opzichte van voorgaande jaren is het regelmatigheidspercentage verder verbeterd. Deze vooruitgang is te danken aan de extra inzet van ministeries. Bovendien is de naleving van de procedures rondom het tijdig en correct informeren van het parlement verbeterd.
In 2023 is het aantal onregelmatigheden gedaald van 44 naar 36. De ministeries hebben gezamenlijk, binnen een taskforce gericht op het verbeteren van het financieel beheer, hard gewerkt aan het aanpakken van tekortkomingen. Hoewel er binnen complexe aanbestedingsprocedures nog steeds te veel fouten in het inkoopmanagement worden gemaakt, gaat het financiële beheer van de Rijksoverheid over het algemeen de goede kant op. Het spreekt voor zich dat het geld van de belastingbetalers goed moet worden beheerd. Het komende jaar zal het kabinet zich blijven richten op het versterken en versterken van het financieel beheer binnen de rijksoverheid.
Incidentele aanvullende budgetten (ISB’s)
Op verzoek van de Tweede Kamer is het aantal tussentijdse begrotingsaanpassingen (de zogenoemde incidentele aanvullende begrotingen (ISB’s)) flink teruggebracht. In 2023 zijn in totaal acht ISB’s ingediend, tegen 51 in 2022. Dit kwam neer op een uitgave van € 2 miljard in 2023, tegenover € 18,6 miljard het jaar ervoor. De belangrijkste redenen voor deze ISB’s waren de oorlog in Oekraïne, de energiecompensatiemaatregelen en de COVID-19-crisis. pandemie.
Er zijn verschillende redenen om een incidentele aanvullende begroting (een aanpassing op de oorspronkelijke begroting) in te voeren, zoals onverwachte uitgaven of specifieke maatregelen die extra financiering vergen.
In 2023 startte het kabinet een pilot om het aantal ISB’s verder terug te dringen. Daartoe heeft zij rond Prinsjesdag het begrotingsschema aangepast en daarmee het gat tussen de eerste (Voorjaarsnota) en de tweede (Herfstnota) aanvullende begroting overbrugd. Het kabinet verwacht vóór de zomer plannen te presenteren om het begrotingsproces verder te verbeteren.

