Nieuwsbericht | 16-09-2025 | 15:44

Vandaag heeft Eugène Heijnen, minister van Belastingzaken, Belastingdienst en Douane, het Belastingplan 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden. Het pakket van dit jaar bevat een reeks maatregelen die moeten bijdragen aan een beter belastingstelsel. Daarnaast wordt de verlaging van de accijnzen op benzine, diesel en LPG met nog een jaar verlengd, tot 1 januari 2027. De plannen worden de komende tijd in de Tweede Kamer besproken.

Brandstofaccijnzen en inkomstenbelasting

Om de prijzen aan de pomp betaalbaar te houden wordt de huidige accijnsverlaging op benzine, diesel en LPG met nog een jaar verlengd tot 1 januari 2027. De accijnzen (per liter) blijven net als in 2025 79 cent voor benzine, 52 cent voor diesel en 19 cent voor LPG.

Om het ongedaan maken van de BTW-verhoging op cultuur, media en sport te financieren, zullen de inkomstenbelastingschijven en heffingskortingen niet volledig worden aangepast aan de inflatie. Het inkomen van mensen valt hierdoor iets eerder in een hogere belastingschijf. De bovengrens voor de eerste schijf inkomstenbelasting wordt in 2026 verhoogd van € 38.441 naar € 38.883, terwijl de bovengrens voor de tweede schijf inkomstenbelasting wordt verhoogd van € 76.817 naar € 79.137.

De belastingverminderingsregeling voor niet-Nederlandse werknemers die tijdelijk in Nederland verblijven (de extraterritoriale kostenvergoedingsregeling of ETK-regeling) wordt met ingang van 2026 afgebouwd. In tegenstelling tot het beoogde doel van de regeling biedt deze op dit moment geen gelijk speelveld tussen werknemers die extra kosten maken en werknemers die dat niet doen. De regeling wordt daarom teruggeschroefd door twee aftrekposten af ​​te schaffen: de aftrek voor extra kosten van levensonderhoud, onder meer voor gas, water, elektriciteit en andere nutsvoorzieningen, en de aftrek voor extra (niet-zakelijke) kosten voor het telefoneren naar het land van herkomst.

Belastingen op rijkdom

De overheid streeft ernaar eerlijkheid te garanderen wanneer kapitaal via erfenis wordt doorgegeven aan de volgende generatie. Er worden daarom een ​​aantal wijzigingen doorgevoerd in de schenk- en erfbelasting. Zo worden bijvoorbeeld regelingen aangepakt waarbij sprake is van een ongelijke verdeling van bezittingen tussen partners voorafgaand aan overlijden of echtscheiding. Als gevolg daarvan zullen de echtgenoten aan het einde van het huwelijk elk schenkings- of successierechten betalen over de helft van de algemene gemeenschap van goederen, zelfs als die goederen op papier ongelijk tussen hen verdeeld waren. Ook de termijn voor het indienen van de successiebelastingaangiften wordt verlengd, van 8 naar 20 maanden na het overlijden van de betrokkene. Hierdoor krijgen de nabestaanden meer tijd om aangifte te doen.

Om ervoor te zorgen dat de vergoeding voor box 3 betaalbaar blijft, worden er enkele aanpassingen gedaan in box 3. De vermogensrendementsaftrek wordt verlaagd van € 57.684 naar € 51.396. Het notionele rendement op andere activa verandert van 5,88% naar 7,78%. Belastingplichtigen kunnen in 2026 ook gebruik maken van de tegenbewijsregeling voor het overleggen van bewijzen van de daadwerkelijk verdiende aangiften.

Ondernemers en bedrijven

Om ervoor te zorgen dat private equity-managers voldoende belasting betalen, wordt de ‘lucratieve rente’-regeling aangepast. Op dit moment betalen deze belastingplichtigen minder belasting over het vermogen dat zij als onderdeel van hun salaris opbouwen (carried interest) dan een belastingplichtige met vermogen in box 3. Het kabinet acht dit onwenselijk. Er wordt daarom een ​​aantal wijzigingen in de lucratieve renteregeling doorgevoerd om het box 2-tarief voor private equity managers in lijn te brengen met het box 3-tarief van 36%.

In maart 2025 oordeelde de Hoge Raad dat het toegestaan ​​is om meer verliezen op de Nederlandse winst af te trekken bij de liquidatie van dochterondernemingen. Om deze tegenvaller als gevolg van de liquidatieverliesregeling te compenseren, wordt de bijdrage van het arbeidsongeschiktheidsfonds (AOF) verhoogd met 0,08%. Dit is de verplichte bijdrage die werkgevers betalen ter financiering van uitkeringen uit de arbeidsongeschiktheidsverzekering, bijvoorbeeld op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Ook is het de bedoeling om per 1 januari 2027 de regels over valutawinsten van dochterondernemingen te wijzigen.

Klimaatbeleid en gezondheid

Er worden diverse maatregelen genomen voor particulieren en bedrijven als verdere stappen in de klimaattransitie. Er wordt echter wel rekening gehouden met hun concurrentiepositie. Zo wil het kabinet het proces van verduurzaming van voertuigen in Nederland voortzetten. Daarom worden er een aantal stimuleringsmaatregelen voor emissievrije voertuigen geïntroduceerd. Vanaf 2027 gaan werkgevers meer betalen als zij hun werknemers niet-elektrische voertuigen aanbieden. De verlaging van de motorrijtuigenbelasting wordt verhoogd van 25% naar 30%. Daarnaast wordt het lagere tarief van de auto- en motorrijtuigenbelasting (BPM) uitgebreid naar emissievrije bijzondere categorieën auto’s en emissievrije motorfietsen. Tegelijkertijd worden de BPM-tarieven aangepast, zodat er nog voldoende prikkels zijn om voertuigen met verbrandingsmotor nog zuiniger te maken.

Er zal differentiatie worden ingevoerd in de vliegbelasting, afhankelijk van de vraag of vluchten korte, middellange of lange afstanden zijn. Op korte vluchten wordt minder belasting geheven dan op langere vluchten. Vanaf 2027 bedraagt ​​de belasting voor korteafstandsvluchten, bijvoorbeeld naar Portugal of Denemarken, € 29,40 per vlucht. Het te betalen bedrag voor middellangeafstandsvluchten, bijvoorbeeld naar Egypte of Turkije, bedraagt ​​€ 47,24 per vlucht. En voor langeafstandsvluchten, bijvoorbeeld naar Mexico of Zuid-Afrika, wordt € 70,86 in rekening gebracht. Voor langeafstandsvluchten naar het Caribische deel van het Koninkrijk geldt echter het laagste belastingtarief.

Bedrijven gaan vanaf 2026 belasting betalen over een groter deel van het drinkwater dat zij gebruiken. Het belastingplafond wordt verhoogd van 300 kubieke meter naar 50.000 kubieke meter. In 2027 wordt het belastingplafond volledig afgeschaft, wat betekent dat bedrijven belasting gaan betalen over al het drinkwater dat ze gebruiken. Dit zorgt ervoor dat water verantwoorder wordt gebruikt. Vanaf 2030 gaan ook de verwijderingstarieven voor afvalverwerkers omhoog en gaat de CO2-heffing op afvalverbrandingsinstallaties omhoog. De overheid staat ook open voor alternatieve heffingen. Voor alle overige bedrijven die onder de CO2-heffing vallen, wordt het tarief verlaagd.

Wat de verbruiksbelasting op niet-alcoholische dranken betreft, zullen regelingen worden aangepakt waarbij fabrikanten een kleine hoeveelheid zuivel aan dranken toevoegen om belasting te ontwijken. Dit gebeurt door de vrijstelling voor zuivel- en sojadranken aan te passen. Na de wijziging blijven water, melk, karnemelk en vergelijkbare sojadranken vrijgesteld van de belasting.

Volgende stappen

Het Belastingplan zal na het verkiezingsreces door de Tweede Kamer worden behandeld. In december wordt het door de Senaat behandeld. Het plan wordt pas definitief na goedkeuring door beide Kamers.

Share.
© 2026 Nederlandkeer. Alle rechten voorbehouden.
Exit mobile version