Hollywood krijgt realistischer blik op Aziatische Amerikanen

0
19
Michelle Yeoh in Everything Everywhere All at Once

NOS Nieuws

  • Lambert Teuwissen

    redacteur Online

  • Lambert Teuwissen

    redacteur Online

Er zijn genoeg statistieken te bedenken rond de feestelijke uitreiking van de Oscars, komende nacht. Onder de acteurs die kans maken op een prijs hebben maar liefst zestien van de twintig genomineerden nooit eerder meegedongen naar het gouden beeldje.

Alleen Cate Blanchett viel eerder in de prijzen in Los Angeles. En de 91-jarige componist John Williams is de oudste kanshebber. Nog een record: Judd Hirsch moest na zijn nominatie voor Ordinary People 42 jaar wachten op zijn tweede kans, voor zijn piepkleine rolletje in The Fabelmans.

Maar het meest veelzeggende feit is waarschijnlijk dat er niet minder dan vier acteurs van Aziatische afkomst genomineerd zijn. Michelle Yeoh, Ke Huy Quan en Stephanie Hsu voor Everything, Everywhere, All at Once en Hong Chau voor The Whale. Het wordt na de bekroning van Parasite in 2019 en Chloé Zhao’s Nomadland een jaar later gezien als het bewijs dat Hollywood eindelijk een realistischere blik op Azië krijgt.

En daar was alleen een film met hotdogvingers, filosofische keien en dildogevechten voor nodig.

“Als ik had kunnen opgroeien met zo’n film was ik een totaal ander persoon geweest en een andere Aziatische Amerikaan”, zei regisseur Daniel Kwan recent in een AP-interview. “Mijn ervaringen als Aziaat wilde ik altijd uitwissen of negeren, omdat ze meer voelden als een probleem dan als een kracht.”

Parasite was kantelpunt

Artistiek directeur Jia Zhao van het filmfestival CinemAsia benadrukt de lange weg die films met Zuidoost-Aziatische invloeden hebben afgelegd voordat er sprake was van een doorbraak. Parasite was een kantelmoment, beaamt ze in NOS-podcast De Dag, maar “voordat een kantelpunt zichtbaar wordt, is daar al een lang proces aan vooraf gegaan. Generaties regisseurs, acteurs en actrices hebben zich ervoor ingespannen.”

In de jaren dertig koos Merle Oberon er nog voor om haar deels Aziatische afkomst geheim te houden. Haar moeder was Sri Lankaans, maar om rollen te kunnen krijgen, hield ze vol Australisch te zijn. Ze zei dat haar geboortepapieren bij een brand verloren waren gegaan.

De nominatie van Michelle Yeoh bracht Oberons verhaal weer naar boven. Veel media noemden Yeoh na 95 Oscaruitreikingen de eerste Aziatische nominatie voor Beste Actrice, maar feitelijk was Oberon dat destijds.

Het tekent de moeizame relatie van Hollywood met deze bevolkingsgroep. Anna May Wong, de eerste Aziatisch-Amerikaanse filmster, werkte liever in Europa omdat ze in de VS voortdurend clichérollen kreeg aangeboden. Een regisseur die haar afwees zei zelfs dat ze “te Chinees was om een Chinees te spelen”.

Kungfufilms

“Aziaten kregen in Hollywood geen hoofdrollen. Het gebeurde vaak alleen als je toevallig nodig was voor een Aziatisch tintje”, zegt Jia, zelf van Chinese afkomst. “Als de rol niet voor jou geschreven was, dan kreeg je geen kans.”

Filmstudio’s kozen daarbij graag voor stereotypen als de snode crimineel Fu Manchu of de judoënde spion Mr. Moto, vaak met witte acteurs die ‘Aziatisch’ waren geschminkt. Zo speelde Mickey Rooney een boos Japans mannetje in Breakfast at Tiffany’s en was een Aziatische metamorfose geen probleem als vermomming voor Sean Connery’s James Bond.

Toen in de jaren 70 Bruce Lee een superster werd, betekende dat een beperkte doorbraak: in het kungfugenre. Zelfs Crouching Tiger, Hidden Dragon, met vier Oscars in 2000 een ongeëvenaard wereldwijd succes voor een niet-Engelstalige film, bleef in essentie een vechtfilm. Jia: “Dat was een sprookje uit een ver verleden, met mooie landschappen en zo. Ik wil niet zeggen cliché, maar het was natuurlijk wel een kungfufilm.”

Ploeterende moeder

Everything, Everywhere, All at once is ondanks zijn breinbrekende absurditeiten veel meer geënt op de realiteit. Hart van de film is niet het verhaal van een vrouw die verschillende werkelijkheden doorkruist om het universum te redden, maar dat van een ploeterende moeder die ondanks een huwelijkscrisis, een dreigend faillissement en een barse vader de relatie met haar dochter probeert te redden. Een universeel thema in een Aziatisch-Amerikaanse jasje.

“Het is veel meer waarheidsgetrouw, dus hoe Aziaten in andere landen leven of proberen te leven, goed te doen. Dat vind ik zelf wel nieuw”, zegt Jia.

Ze stelt dat de opkomst van streamingdiensten eraan heeft bijgedragen dat er diverse stemmen gehoord worden. Doordat Netflix ook lokale content nodig heeft, krijgt een serie als Squid Game de kans om internationaal succesvol te worden.

Authenticiteit neemt toe

Bovendien zijn de economische ontwikkelingen in Azië gunstig, waardoor filmmakers minder afhankelijk zijn van westerse geldschieters. “Films konden vaak met westers geld gemaakt worden als het westerse publiek het leuk vond. Nu komt het meer vanuit de landen zelf in plaats van een vraag uit het buitenland. Dat verandert het landschap. De authenticiteit neemt toe.”

Toch blijven inspanningen nodig. “Het is nog steeds niet mainstream en we hebben nog een lange weg te gaan in de perceptie van Aziatische culturen.” Dus of Azië nu definitief een voet aan de grond heeft gekregen? “Dat denk ik zeker niet”, zegt Jia. “Maar ik weet niet of dat überhaupt het doel is.”

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here