Een duidelijke meerderheid van de mensen in Nederland is voorstander van het beschikbaar houden van delen van het Groningse gasveld voor noodsituaties, blijkt uit een representatief onderzoek waaruit ook wijdverbreide bezorgdheid blijkt over stijgende kosten, internationale conflicten en energiezekerheid.

Uit het onderzoek, uitgevoerd door Verian voor De Telegraaf, blijkt dat 73 procent van de respondenten zich zorgen maakt over de stijgende inflatie, 65 procent over de hoge brandstofkosten en 72 procent over een mogelijke uitbreiding van het internationale conflict. Zorgen over hogere energierekeningen, producttekorten en toegenomen vluchtelingenstromen naar Europa worden ook breed uitgemeten.

Centraal in het debat staat het Groningse gasveld, inclusief infrastructuur nabij het Groningse buurtschap Schaapbulten, waar de NAM sinds 1971 gas wint. De putten daar zijn inmiddels gesloten. Desondanks zegt 60 procent van de respondenten dat gasbronnen beschikbaar moeten blijven voor noodsituaties. In Groningen zelf zijn de meningen verdeeld: 44 procent beschouwt de resterende reserves als een strategische noodvoorziening, terwijl 38 procent zich daartegen verzet.

De Tweede Kamer en de Eerste Kamer hebben besloten het Groningenveld definitief te sluiten, inclusief het afdichten van putten met cement. Ook het kabinet onder leiding van premier Jetten heeft deze koers gevolgd, ondanks kritiek van oppositiepartijen en energiedeskundigen die stellen dat een strategische reserve wellicht nog steeds nodig is.

Een deel van het onderzoek weerspiegelt de scepsis ten aanzien van het overheidsbeleid. Bijna 60 procent van de respondenten is van mening dat de overheid niet genoeg doet om energietekorten en stijgende prijzen voor huishoudens en bedrijven te voorkomen, terwijl slechts 11 procent zegt voldoende actie te ondernemen.

Bovendien maakt volgens de bevindingen 73 procent zich zorgen over de inflatie als gevolg van mondiale gebeurtenissen, 65 procent over de brandstofprijzen en 72 procent over het feit dat het conflict zich buiten de huidige regio’s uitbreidt.

Uit een aantal energiebeleidsstandpunten blijkt dat er sprake is van sterke publieke steun voor noodmaatregelen op de korte termijn. Twee derde van de respondenten is voorstander van het verlagen van de belasting over de toegevoegde waarde als een effectieve manier om de druk van de energiecrisis te verminderen.

Er is ook brede steun voor een brandstofprijsplafond en tijdelijke verlagingen van de brandstofbelastingen. Het aanmoedigen van werken op afstand en een groter gebruik van het openbaar vervoer worden ook als effectief beschouwd, terwijl autovrije zondagen relatief weinig steun krijgen. De verwachting is dat het kabinet maandag een eerste pakket maatregelen zal presenteren om de kostendruk te verlichten.

Ook de energiestrategie voor de lange termijn verdeelt de meningen. Een meerderheid steunt structurele maatregelen zoals het uitbreiden van de gasproductie uit de Noordzee (61 procent), het verhogen van de gasimport (59 procent), het bouwen van meer offshore windparken (58 procent) en het subsidiëren van verbeteringen aan de energie-efficiëntie van huishoudens (57 procent).

Er is minder steun voor het langer in stand houden van kolencentrales, waarbij slechts 26 procent dit effectief vindt. Subsidies voor elektrische voertuigen worden door 38 procent van de respondenten als effectief beschouwd. Over kernenergie zijn de meningen verdeeld: 50 procent beschouwt nieuwe kerncentrales als effectief op de lange termijn, terwijl 15 procent zegt dat dit niet het geval is.

Share.
© 2026 Nederlandkeer. Alle rechten voorbehouden.
Exit mobile version