Eduardo Petit komt oorspronkelijk uit Venezuela en woont al ruim twintig jaar in Nederland. Hij werkt momenteel als juridisch adviseur in Amsterdam, houdt van de biercafés van de stad en zou Herman van Veen dolgraag op zijn bruiloft willen laten zingen.

Hoe ben je in Nederland terechtgekomen?

In 2004 kwam ik hier studeren. Geen van mijn voormalige bazen kon geloven dat ik de beslissing nam om naar Nederland te gaan. Ik herinner me nog dat een van hen mij vroeg: “Ga je echt rechten studeren in een niet-Engelssprekend land?” Ze begrepen het helemaal niet. Voor veel Venezuelanen is Nederland geen bestemming.

Ik kon hen en de andere mensen om mij heen op dat moment in mijn leven niet overtuigen, maar ik was ervan overtuigd dat dit de juiste beslissing was. Ik wilde een cultuur tegenkomen die heel anders was dan de mijne en die voor mij heel aantrekkelijk was.

Maar ik beschouwde Nederland als mijn toegang tot Europa. Ik was niet van plan hier te blijven. Tegen het einde van mijn master dacht ik erover om naar Zwitserland te verhuizen. Ik heb er zelfs Frans voor gestudeerd, maar dat is niet gebeurd, en hier ben ik ruim 21 jaar later.

Hoe omschrijf je jezelf: een expat, lovepat, immigrant, internationaal?

Ik denk dat ik een staypat en een dromer ben. Een staypat is een expat die naar een ander land komt en daar blijft. Ik heb dromer toegevoegd omdat ik er altijd van heb gedroomd dat ik Nederland zou verlaten, maar de deadline is nooit duidelijk geweest. Misschien is daar een reden voor?

Hoe lang ben je van plan te blijven?

Ik ben niet van plan om te vertrekken. Ik heb nooit een tijdlijn gehad, behalve in het begin. Toen dacht ik dat ik nog een paar jaar zou blijven. Nu, al die jaren later, is er geen deadline. Wie weet wanneer ik daadwerkelijk vertrek? Ik denk dat de tijd verstandig is en het pad zal aangeven, maar ik zie mezelf hier niet blijven tot ik met pensioen ga. Ik denk dat ik liever naar een warmere plek ga, wat mijn idee is met mijn vriendin.

Spreek jij Nederlands en hoe heb je dat geleerd?

Dat doe ik wel, maar ik denk dat Nederlands leren, vooral als je in een grote stad als Amsterdam woont, een nooit eindigend verhaal is. Er valt nog zoveel te leren, zelfs als je hier al vele jaren woont, omdat er zoveel verschillende manieren zijn om dingen te zeggen. Er zijn straatwoorden en jargon. Dat is mijn ervaring.

Ik heb cursussen gevolgd, maar mijn beste leermethode waren mijn persoonlijke relaties. Ik had een lange relatie met een Nederlands meisje. Als er iets is waar ik dankbaar voor moet zijn uit die relatie, dan is het dat ze geduld met mij en met dit leerproces had. Zij en haar familie hebben echt geholpen; gewoon bij hen aan tafel zitten en luisteren. Na een of twee jaar begon ik te begrijpen wat er aan de hand was.

Wat is jouw favoriete Nederlandse ding?

Fietsen. Je kunt hier voor alles een fiets gebruiken, zelfs voor daten. Je kunt met de fiets naar de plaats rijden, de datum bepalen en vervolgens de fiets gebruiken om terug te komen. Dat is zo’n beetje mijn favoriete Nederlandse ding, het gemak om vrijwel je hele leven op de fiets te kunnen leven.

Hoe Nederlands ben je geworden?

Ik ben nu 46. Dat betekent dat ik ongeveer de helft van mijn leven in dit land heb doorgebracht. Ik ben geneigd te zeggen dat 30% van mij Nederlands is. Waarom niet meer? Omdat een groot deel van mij nog steeds internationaal is en dat is Latijn. Ik zie en voel de dingen anders. Ik zie mezelf anders dan de lokale bevolking.

Wat betreft de 30% die Nederlands is, ik ben veel evenwichtiger in mijn opvattingen. Ik ben beknopter en to the point als het gaat om zaken en vrijwel elk ander soort onderwerp. Ik kom graag ter zake en daar is niet veel van in de Latijnse wereld. In de Latijnse wereld gaat het meer om het vertellen van verhalen. Zo verlopen de gesprekken daar.

Mensen zeggen dat ik meer Nederlands ben, zelfs mijn eigen familie en Latijnse vrienden. Ik hou nu erg van plannen. Ik ben niet geobsedeerd, maar ik hou ervan om een ​​plan te hebben. Het irriteert me soms nog steeds omdat ik hou van de spontane Latijnse manier van leven, maar dit is gewoon hoe de dingen hier werken, zelfs in mijn weekenden. Waarom moet ik alles plannen voor een weekend?

Welke drie Nederlanders (dood of levend) zou jij het liefst willen ontmoeten?

Willem Drees. Hij was politicus en premier van Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Het belangrijkste aan hem was de wederopbouw van het land na de oorlog en zijn sociaal beleid. Hij was een sociaaldemocraat en een van zijn beleidsmaatregelen was het bundelen van geld en het creëren van een pensioenstelsel.

Hij had een pragmatische kijk en besefte dat niet alles mogelijk was. Hij wist dat we konden dromen van een prachtige ideologische samenleving, maar dat deze slechts langzaam en stap voor stap kon worden opgebouwd. Ik denk dat zijn opvattingen en de manier waarop hij zijn beleid voerde, hem tot een zeer interessante man maakten.

Herman van Veen in concert in 2014. Photo:
janmennens via Flickr

Herman van Veen. Zijn stem deed mij geloven dat zingen in het Nederlands mooi kan zijn. Ik had nooit gedacht dat dat mogelijk zou zijn, maar toen hoorde ik zijn muziek. Een andere reden dat ik hem graag wil ontmoeten is om hem uit te nodigen om op mijn bruiloft te komen zingen.

Johan Cruyff. Hij was een groot voetballer en zakenman. Hij hielp bij het opbouwen van de club van Barcelona, ​​maar er zijn ook alle dingen die hij zei. Ze waren heel eenvoudig en grappig. Ik wou dat ik hem kon ontmoeten, een biertje kon drinken en gewoon naar hem kon luisteren en lachen.

Wat is jouw belangrijkste toeristische tip?

Als ik vrienden op bezoek heb, neem ik ze soms graag mee naar de biercafés, maar niet naar de biercafés die iedereen kent. Ik neem ze mee naar degenen die ik de verborgen juwelen noem, de kleintjes waar niet al te veel toeristen zijn.

Ik zeg vaak tegen mensen dat ze moeten verdwalen in Amsterdam of in ieder geval de Wallen moeten verlaten. Ga bijvoorbeeld naar Amsterdam-Noord. Het bloeit en er gebeurt veel. Er is NDSM, het straatkunstmuseum en alle graffiti. Het is allemaal geweldig en anders dan andere delen van de stad. Het heeft een eigentijds landschap.

Straat, the grafitti museum in Amsterdam-Noord. Photo: Brandon Hartley

Vertel ons iets verrassends dat u over Nederland heeft ontdekt.

Hoe de Nederlanders ondanks al dit water nog steeds leven en hoe ze na zoveel jaren zijn blijven drijven. Dat is iets wat ik bewonder. Het werkt allemaal omdat we hier zijn, vooral met de oude huizen. Ik woon in een van hen in het centrum van Amsterdam. Ik vind het verbazingwekkend dat we hier met al dat water kunnen leven.

Wat zou u doen als u nog maar 24 uur in Nederland had?

Ik zou naar de plaatsen gaan waar mij de afgelopen 21 jaar iets interessants is overkomen. Ik zou eens gaan kijken naar de bioscoop waar ik het meest van houd, het Eye Filmmuseum. Het is prachtig en ik kon vanaf daar de zonsondergang bekijken.

Ik zou ook graag op biertour gaan naar alle plekken waar ik mooie herinneringen aan heb. In De Wildeman staat er eentje die ik op de lijst zou zetten. Café In ‘t Aepjen is er nog een en heeft geweldige verhalen en geschiedenis. Ik zou ook graag wat haring willen hebben. Ik hou van haring, gek genoeg.

Eduardo sprak met Brandon Hartley. Meer informatie over Bucare Consultancy, het adviesbureau van Eduardo, vindt u op zijn website. Je kunt ook met hem in contact komen via zijn LinkedIn-profiel.

Share.
© 2026 Nederlandkeer. Alle rechten voorbehouden.
Exit mobile version