De waarde van woningen die voor de onroerendgoedbelasting worden gebruikt, is dit jaar opnieuw aanzienlijk gestegen. De Waarderingskamer, het toezichthoudend orgaan dat toezicht houdt op de naleving van de Wet WOZ door gemeenten, zegt dat de gemiddelde WOZ-waarde 10,6 procent hoger is dan in 2025.
Gemeenten berekenen de WOZ-waarde van een woning via een puntentellingssysteem, waarbij rekening wordt gehouden met de kenmerken van de woning en de recente verkoopprijzen van vergelijkbare woningen. De waardering is gekoppeld aan de geschatte marktwaarde per 1 januari 2025 en weerspiegelt de trends op de huizenmarkt in 2024, toen de prijzen met ruim 10 procent stegen.
Volgens de Waarderingskamer variëren de waardestijgingen van onroerend goed per gemeente sterk. In Pekela in Groningen zijn de waarden met 20,7 procent gestegen, terwijl Hardenberg in Overijssel een stijging van 18,3 procent noteert. Elders was de groei veel bescheidener: Sluis in Zeeland laat een stijging zien van 2,3 procent, en Terschelling 2,9 procent.
De onroerende voorheffing voor huiseigenaren wordt berekend op basis van de WOZ-waarde. De Taxatiekamer benadrukt echter dat een hogere taxatie niet noodzakelijkerwijs resulteert in een gelijkwaardige belastingverhoging.
Gemeenten gebruiken de WOZ-waarde om de OZB te berekenen. Huiseigenaren die hun aanslag betwisten, kunnen bijvoorbeeld in beroep gaan bij de gemeente als zij vinden dat de belastingaanslag te hoog is.
In 2025 was de stijging van de gemiddelde WOZ-waarde bescheidener, rond de 5 procent. Dat weerspiegelt de ontwikkelingen op de woningmarkt in 2023. Het CBS constateert dat de prijzen van bestaande koopwoningen met gemiddeld 2,8 procent zijn gedaald ten opzichte van 2022, de eerste jaarlijkse daling in tien jaar.









