Een groep die de verantwoordelijkheid heeft opgeëist voor het veroorzaken van explosies buiten Joodse gebouwen in Amsterdam, Rotterdam en Luik lijkt ongeorganiseerd en was tot voor kort onbekend, zeggen experts tegen de NOS.
In de nacht van vrijdag op zaterdag vond een kleine explosie plaats bij een joodse school in Amsterdam en een dag eerder bij een synagoge in Rotterdam. Afgelopen weekend was er een soortgelijke explosie in Luik, in België.
Niemand raakte gewond en de schade was minimaal, maar de incidenten hebben joodse inwoners ongerust gemaakt en zijn door politici breed veroordeeld.
Video’s die op sociale media worden gedeeld, suggereren dat een organisatie die zichzelf Harakat Ashab al-Yamin al-Islamiyyah noemt, achter de aanslagen zit. De explosies lijken op een vergelijkbare manier te zijn uitgevoerd, maar de Nederlandse minister van Justitie David van Weel zei dat het te vroeg is om te concluderen dat ze met elkaar verband houden.
De politie onderzoekt een mogelijk verband tussen de incidenten in Rotterdam en Amsterdam. Vier tieners zijn gearresteerd voor het incident in de Rotterdamse synagoge en de politie is op zoek naar twee jongeren in verband met de aanslag op de Amsterdamse school.
“Politie en het Openbaar Ministerie hebben die video’s uiteraard ook gezien”, aldus Van Weel.
Politiek antropoloog Younes Saramifar van de Amsterdamse VU zei dat de groep tot deze maand “volledig onbekend” was. “Gebaseerd op wat ik heb gezien, is dit absoluut geen georganiseerde en samenhangende groep”, zei hij tegen de NOS.
Saramifar zei dat taalfouten in verklaringen bij de video’s suggereren dat de makers geen Arabische moedertaalsprekers zijn en mogelijk geen deel uitmaken van een getraind militant netwerk.
Ook het beeldmateriaal zelf komt amateuristisch over, getuige het camerawerk, de kleding en het gedrag van de betrokkenen. “Het lijkt erop dat het slecht gepland was en dat ze geen training hebben gehad”, zei hij.
Krant
Een verklaring die bij een van de video’s werd vrijgegeven, verwees naar het huidige conflict waarbij Iran, de Verenigde Staten en Israël betrokken zijn, wat sommige waarnemers ertoe heeft gebracht een mogelijk verband met pro-Iraanse militante groepen te suggereren.
“Joodse instellingen zijn al eerder vanuit verschillende richtingen het doelwit geweest, dus andere scenario’s kunnen niet worden uitgesloten”, zegt veiligheidsexpert Koen Aartsma van instituut Clingendael tegen de NOS.
Van Weel heeft ook de beweringen op sociale media van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken ontkend dat er in Nederland een ‘epidemie van antisemitisme woedt’.
Niettemin, zo zei hij, is antisemitisme duidelijk “een groeiend probleem” en is de eerste prioriteit het waarborgen dat er op de juiste manier voor de veiligheid van Joodse instellingen en mensen wordt gezorgd.












