Bedrijf bankroet, wat nu? ‘Curatoren zijn gewend dat iedereen altijd boos op ze is’

0
22
Een passant kijkt door de ruit van de gesloten VanMoof-winkel in Amsterdam

NOS Nieuws

Onlangs gingen fietsenmaker VanMoof, kledingwinkel Score en bouwer van zonnepaneelauto’s Lightyear bankroet. Voor winkelketen Big Bazar lijkt een faillissement niet ver weg. Maar wat gebeurt er als een bedrijf failliet gaat, en waarom staan in zulke gevallen klanten vaak achteraan in de rij bij uitbetaling?

Bedrijven gaan failliet als ze niet meer voldoen aan hun betalingsverplichtingen, bijvoorbeeld aan leveranciers, verhuurders van panden of het eigen personeel.

Stap één is dan de uitspraak van het daadwerkelijke faillissement. Dat kan vrij makkelijk, zegt advocaat Willem Brusse, die geregeld optreedt als curator. “Je kunt je eigen faillissement aanvragen, maar het kan ook worden aangevraagd door een schuldeiser. De rechtbank spreekt dan een vonnis uit en daarin worden een curator en rechter-commissaris benoemd. Die laatste is aan de rechtbank verbonden en controleert de curator.”

Een curator wordt aangewezen zodat zaken eerlijk kunnen worden verdeeld. “Er kan een situatie zijn waarin iemand heel veel schulden heeft, dan kunnen veel partijen beslag leggen. Dan krijg je een soort wedstrijd en dat is niet wenselijk. Het faillissement voorkomt dat”, zegt Henri Bentfort van Valkenburg, net als Brusse een advocaat die ook als curator optreedt.

Curator als eerst betaald

Vervolgens gaat de curator aan het werk. Als eerste wordt er een inventarisatie gemaakt van de bezittingen en schulden van een bedrijf. Bij een aannemer of autohandelaar is dat makkelijker dan bij een accountant, zegt Brusse, ook bestuurslid bij Horus, de branchevereniging voor wettelijk vertegenwoordigers. Als iemand alleen aan dienstverlening doet, is er meestal weinig te verkopen.

“Plat gezegd komt de taak van de curator op het volgende neer: alle bezittingen inventariseren en verkopen. Dan de opbrengst storten op een aparte boedelrekening en de schulden inventariseren.” Daarbij kijkt een curator ook hoe het staat met personeel bij het bedrijf, en of er meteen mensen moeten worden ontslagen.

Daarna komt het uitbetalen. En dat is waar consumenten vaak aan het kortste eind trekken, want bij een faillissement zijn zij niet als eerste schuldeiser aan de beurt. Bovenaan de lijst staat namelijk de curator zelf: zijn of haar salaris moet betaald worden. Logisch, vindt Brusse, want anders zou niemand het werk op zich willen nemen. Uren die in de afwikkeling van het faillissement gaan zitten, moeten zorgvuldig worden bijgehouden en worden pas uitbetaald na goedkeuring van de rechter.

Brusse: “En als er niks in de boedel zit, dan is het salaris van de curator ook nul. Dat is het risico van het vak, maar dan moet je toch je werk doen. Basiswerkzaamheden, zoals inventarisatie.”

Curatoren zijn het gewend dat iedereen altijd boos op ze is.

Curator Henri Bentfort van Valkenburg

De andere schuldeisers zijn vaak de Belastingdienst, het UWV, leveranciers en klanten. Die eerste twee hebben voorrang op hun vordering. “Het zou het eenvoudigste zijn als iedereen naar rato krijgt uitbetaald, maar zo werkt het niet”, zegt Bentfort van Valkenburg, ook voorzitter van Insolad, een vereniging waarbij advocaten zijn aangesloten die te maken hebben met faillissementen. “Want in de wet is het uitgangspunt dat alle schuldeisers gelijk zijn, maar sommige schuldeisers zijn meer gelijk dan anderen.”

Er zijn volgens de advocaat namelijk ook schuldeisers die buiten het faillissement staan. “Die hebben pand- of hypotheekrecht en kunnen hun geld terugkrijgen zonder achteraan de rij te moeten aansluiten.” Het zijn geldschieters zoals banken. Zij zijn schuldeiser bij bedrijven met een lening, maar ook bij mensen die persoonlijk failliet gaan en een hypotheek hebben. “Dan kan de bank, zonder zich iets van de curator aan te hoeven trekken, bijvoorbeeld het huis verkopen.”

Tegenwoordig gaat in veel gevallen van faillissement bijna al het geld naar die prominente schuldeisers, zeggen beide advocaten. Andere partijen die nog geld tegoed hebben, kunnen ernaar fluiten.

“Curatoren zijn het gewend dat iedereen altijd boos op ze is”, zegt Bentfort van Valkenburg. “Degene die failliet is gegaan vindt het niet fijn. Schuldeisers die tot de ontdekking komen dat ze niets of niet alles kunnen terugvorderen zijn ook chagrijnig. Dan is het ook nog eens zo dat de kosten voor de curator als eerste van de opbrengst afgaan; dan heeft de curator het helemaal gedaan.”

Eigenlijk is elke faillissementszaak anders, zeggen Brusse en Bentfort van Valkenburg. Het kan soms jaren duren voor een faillissement is afgerond, afhankelijk van hoe ingewikkeld en groot de zaak is.

Geitenpaadje

Een faillissement voorkomen terwijl er flinke schulden zijn, kan ook nog. Sinds 2021 is er de Whoa-procedure, de Wet homologatie onderhands akkoord. Hoeveel gebruik daarvan wordt gemaakt is niet openbaar, maar volgens Bentfort van Valkenburg kan het een oplossing zijn voor iemand die nog door wil met het bedrijf.

Een bedrijf moet dan naar de schuldeisers stappen en afspreken dat een deel van de schuld wordt kwijtgescholden. Zo kan de onderneming weer verder. Bentfort van Valkenburg: “Het is best denkbaar bij een bedrijf dat op zich rendabele dingen doet, maar waar het door bijvoorbeeld corona financieel tegen is gaan zitten. Als zo’n bedrijf failliet gaat, is het zonde dat het wordt afgebroken.”

De Whoa-procedure is dus een geitenpaadje om faillissement te voorkomen, maar niet per se voor alle bedrijven. “Het is een flinke papierwinkel en het duurt bovendien ook even om op te starten.” Het is volgens de curator daarom de vraag of het een goede keuze is voor bedrijven die acuut in de problemen zitten, zoals Big Bazar.

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here