‘Gevestigde bedrijven te veel gepamperd’

0
21
Windturbine in de haven van Rotterdam

NOS Nieuws

De overheid geeft te vaak verkeerde prikkels aan het bedrijfsleven als het gaat om grote maatschappelijke problemen als klimaat, volksgezondheid en arbeidsmarkt, vindt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Het “pamperen” van de huidige grote spelers moet stoppen en innovatie moet meer gestimuleerd, raadt het rapport Goede Zaken aan.

“Het regeringsbeleid houdt gevestigde ondernemingen te veel uit de wind: dat maakt hen afwachtend en belemmert vernieuwing”, waarschuwen de onderzoekers. “Vernieuwende ondernemingen die opgaven willen aanpakken komen erdoor op achterstand en het ondermijnt het vertrouwen van burgers in bedrijven en overheid.”

“Bedrijven hebben een enorme innovatiekracht”, licht WRR-onderzoeker Marthe Hesselmans toe. “Ze kunnen oplossingen bieden voor tal van maatschappelijke problemen: gezondere voeding, recycling, energietransitie. Maar dat gaat niet vanzelf.”

Kerstboom aan fiscale regelingen

Volgens haar geeft de overheid bestaande bedrijven veel te vaak een voorsprong. Ze noemt als voorbeeld de Innovatiebox, een belastingvoordeel dat onderzoek door ondernemers moet stimuleren. “Om dat voordeel te krijgen, moet je al winst maken, dus gaat de subsidie naar resultaten uit het verleden. De regeling is bovendien complex, dus de vernieuwende bedrijven die we willen stimuleren, komen er lastig bij. Dan heeft zo’n subsidie weinig – of zelfs een averechts – effect.”

Subsidies voor fossiele brandstoffen, waar momenteel veel tegen wordt gedemonstreerd, vallen wat Hesselmans betreft “absoluut” in dezelfde categorie. “Daar zijn we kritisch over, maar we zien het ook breder. Er is een enorme kerstboom aan fiscale regelingen opgetuigd voor allerlei bedrijven. Je ziet door de bomen het bos niet meer.”

Volgens de WRR moeten de regelingen veel gerichter en minder langdurig worden ingesteld: steun moet alleen een “tijdelijk zetje” zijn voor maatschappelijke ontwikkelingen. “Kijk bijvoorbeeld naar laadpalen voor elektrische auto’s. Daar kan je heel specifiek subsidie voor inzetten. Zodra ze er staan, moet het afgelopen zijn met die subsidie. Dan moet de markt het zelf gaan doen.”

De overheid kan daarbij wel sturen in het aanbestedingsbeleid, meent de WRR. Doordat maatschappelijk ondernemen nu te weinig loont, is hopen op vrijwillige stappen van ondernemers “vragen om teleurstellingen”. Koolstofcompensatie door fossiele bedrijven of supermarktbeloftes over betere voeding noemt de WRR “goede sier” omdat het ongewenste gedrag de norm blijft. Door de “rol als grote klant te pakken” kan de overheid ervoor zorgen dat innovaties “maatschappelijk én zakelijk aantrekkelijk zijn.”

Eind aan mild toezicht

Tegelijk zou de overheid de standaard die gehaald moet worden geleidelijk steeds strenger kunnen maken. Hesselmans noemt een voorbeeld uit het verleden: brandstofnormen voor voertuigen. “Als je telkens een beetje verder aanscherpt, dan zie je dat bedrijven daarnaartoe bewegen. Zo bleek het voor bedrijven prima mogelijk om met zuinigere motoren te komen.”

Daarbij tekent ze wel aan dat de overheid de verplichting heeft goed toezicht te houden op naleving. Met als voorbeeld het gebrekkige toezicht op Tata Steel vindt de WRR dat met “meebewegend toezicht” overheden “de oren te veel laten hangen naar gevestigde partijen”.

Het rapport noemt dit schadelijk voor samenleving én bedrijfsleven. “Vernieuwende ondernemingen die opgaven willen aanpakken komen erdoor op achterstand en het ondermijnt het vertrouwen van burgers in bedrijven en overheid.”

‘Geen betutteling’

Hesselmans denkt niet dat een ander subsidiebeleid en scherper toezicht Nederlandse bedrijven op achterstand zet ten opzichte van concurrentie uit het buitenland. “Je kunt deze aanpak ook internationaal overwegen. Als we het een risico vinden dat we te afhankelijk zijn van China voor batterijen, dan sta je met een subsidie in Europees verband sterker. Maar wees terughoudend: het vraagstuk moet centraal staan, niet het in stand houden van bedrijven.”

Betutteling door de overheid met strengere regels voor uitstoot of zout en suiker in voedsel vreest Hesselmans niet. “We staan als samenleving voor grote opgaven, zoals de druk op het zorgstelsel of het personeelstekort op de arbeidsmarkt. Als we daar als maatschappij in een democratisch proces doelen voor stellen, kan de overheid met heldere normen duidelijkheid bieden.”

“Dat is geen betutteling, maar het gebruiken van de innovatiekracht van het bedrijfsleven voor maatschappelijke oplossingen.”

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here