Nieuwsbericht | 22-11-2021 | 16:50
Shell-maatschappijen dragen weinig bij aan de Nederlandse economie, leggen de ontwikkelingslanden onevenredige kosten op in de vorm van gederfde belastinginkomsten en beschadigen de reputatie van Nederland. Dit zijn de belangrijkste conclusies van de Commissie Conduit Companies onder voorzitterschap van Bernard Ter Haar, die vandaag haar eindrapport presenteerde.
De commissie roept het kabinet op om te zorgen voor meer transparantie over doorstroombedrijven, deze aan meer toezicht te onderwerpen en hen te verplichten meer over hun activiteiten te rapporteren. Deze maatregelen zouden Nederland minder aantrekkelijk maken voor lege vennootschappen en zouden, als uitschieter, Nederland in de mainstream kunnen brengen wat betreft zijn positie ten aanzien van doorstroomvennootschappen.
De sector kan transparanter worden gemaakt door wijzigingen aan te brengen in het register van uiteindelijke begunstigden (UBO-register), waarin de persoon of organisatie achter deze vennootschappen wordt geïdentificeerd. Momenteel hoeven doorstroomvennootschappen slechts een beperkt jaarverslag op te stellen. Als de wettelijke rapportageverplichtingen in lijn zouden worden gebracht met de eisen die gelden voor ondernemingen die wel een actieve bedrijfsvoering hebben, zou het minder aantrekkelijk zijn om een lege vennootschap op te richten.
Op het internationale toneel zou het Comité graag zien dat landen ermee instemmen een einde te maken aan belastingvoordelen zoals de deelnemingsvrijstelling voor lege entiteiten en het actief delen van informatie over doorstroomvennootschappen. Hiertoe stelt de Commissie de oprichting van een internationaal UBO-register voor.
In 2019 waren er in Nederland zo’n 12.400 doorstroombedrijven met een totaal vermogen van zo’n 4.500 miljard euro, wat vijf en een half keer de omvang van de Nederlandse economie is. Uiteraard wordt er geen belasting geheven over het totale vermogen; alleen op inkomende en uitgaande betalingen. Tussen 2015 en 2019 stroomde er jaarlijks gemiddeld 170 miljard euro via doorstroombedrijven. De directe werkgelegenheid die deze bedrijven genereren is beperkt; geschat op drie- tot vierduizend banen. De schatkist ontving in 2019 naar schatting 650 miljoen euro van doorstroombedrijven, wat neerkomt op 0,2% van de totale belastinginkomsten.
De commissie is van mening dat het begrip ‘doorstroomvennootschap’ zoals gedefinieerd in de bestaande wetgeving leidt tot een te enge opvatting van doorstroomconstructies die in strijd is met de verwachtingen van de Tweede Kamer, de regering en het bredere publiek. Relevant is of een onderneming internationale structuren heeft, transacties doet met verbonden partijen, weinig tot geen reële aanwezigheid in Nederland heeft en fiscale, financiële of juridische motieven en/of substantiële internationale geldstromen of balansposities heeft. De samenloop van een aantal van deze elementen zou kunnen wijzen op het bestaan van ‘doorstroomregelingen’ of een ‘doorstroomvennootschap’.
