Nederlandse inwoners maken zich steeds meer zorgen dat het land niet voorbereid is op een wereldorde die wordt gedicteerd door de eisen van de machtigste naties, zo blijkt uit een onderzoek van instituut Clingendael.
Uit de laatste editie van het jaarlijkse Between Hope and Fear-onderzoek van het instituut blijkt dat bedreigingen voor de veiligheid, waaronder cyberaanvallen, en een falende internationale orde bovenaan de zorgen van mensen staan.
Respondenten waren minder bezorgd over economische bedreigingen, zoals de opkomst van de zogenaamde BRICS-landen en het effect op de vrije handel als de wereldeconomie wordt opgedeeld in invloedssferen, wat zou leiden tot protectionistisch beleid zoals tarieven en sancties.
Het onderzoek rangschikt de zorgen van mensen op basis van de omvang van de waargenomen dreiging en de waarschijnlijkheid dat deze daadwerkelijk zal plaatsvinden. Bovenaan de lijst staat het risico van cyberaanvallen op vitale infrastructuur, zoals de energievoorziening, het bankwezen en drinkwater, wat 75% van de mensen als een realistisch scenario beschouwt.
Bijna tweederde vreesde een fysieke aanval op essentiële voorraden of internetverkeer, terwijl vergelijkbare aantallen zich zorgen maakten over de teloorgang van de internationale orde en de “wereldwijde opkomst van intolerante religieuze bewegingen”.
Iets meer dan de helft van de mensen maakt zich zorgen dat “de Nederlandse samenleving niet veerkrachtig is in geval van een internationale crisis of oorlog”, een nieuwe vermelding in de top vijf.
“Het is niet verwonderlijk dat Nederlanders zich zorgen maken over de veerkracht, gezien de snel veranderende wereldorde, waar ze zich, zo blijkt uit het onderzoek, van bewust zijn”, aldus het rapport.
Technische invloed
Bijna 90% zei dat de groeiende invloed van internationale technologiebedrijven zoals Microsoft, Huawei en het imperium van Elon Musk waarschijnlijk een impact zou hebben, maar dat de verstoring naar verwachting niet zo groot zou zijn. Hetzelfde gold voor bedrijfsspionage door buitenlandse bedrijven, die door 89,6% als waarschijnlijk werd beoordeeld.
Aanhangers van linkse en centrumpartijen waren het meest bezorgd over de ineenstorting van de wereldorde, terwijl aan de rechterkant meer dan 80% van de kiezers voor de rechts-liberale VVD en de extreemrechtse partijen JA21, PVV en FVD het meest vreesden voor “buitenlandse inmenging door migrantengemeenschappen”.
“De ineenstorting van de internationale orde scoort relatief hoog omdat mensen van alle leeftijden en geslachten er bang voor zijn, behalve jonge mannen”, aldus het rapport.
Defensie-uitgaven
In het onderzoek werd ook gevraagd naar de verwachtingen van mensen voor de komende periode, waarbij de verschillen tussen verschillende groepen kiezers groot zijn.
Over het algemeen worden hoopvolle ontwikkelingen als veel minder waarschijnlijk gezien, maar bijna tweederde verwacht dat een versterking van de moderne maakindustrie in Nederland, zoals de productie van chips, een positief effect zal hebben.
Een vergelijkbaar aantal hoopte dat er maatregelen zouden worden genomen om de Nederlandse infrastructuur te beschermen tegen cybersabotage, terwijl driekwart meer investeringen in defensie door de EU om haar minder afhankelijk te maken van de VS als een positieve stap zag.
Een einde aan de oorlog in Oekraïne werd ook als een grote potentiële impact beschouwd, maar minder dan de helft van de mensen verwachtte dat dit zou gebeuren.
Over het algemeen waren rechtse kiezers pessimistischer en hoopten ze vooral op het feit dat de regering meer stappen zou ondernemen om de immigratie terug te dringen.
“De grootste stijger is de hoop dat Nederland zich zal richten op een gematigde bevolkingsgroei via alle vormen van migratie (arbeidsmigratie, studiemigratie, gezinsmigratie en asiel) door maximale niveaus vast te stellen voor het aantal migranten dat naar Nederland kan komen.” aldus het rapport.
