Bij de laatste algemene verkiezingen in oktober waren de 150 zetels in het lagerhuis in maar liefst vijftien richtingen verdeeld. Maar bij de lokale verkiezingen van deze week zal het leeuwendeel van de stemmen naar verwachting naar partijen gaan die slechts in één gemeente standhouden.

Lokale partijen zijn de afgelopen twintig jaar de dominante kracht geworden in de Nederlandse lokale politiek. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2022 wonnen zij 36% van de stemmen, drie keer zoveel als de grootste landelijke partij, de rechts-liberale VVD.

Ze hebben zich ook gevestigd in de raadsbesturen, hebben meer dan 500 wethouders benoemd en coalities gevormd met nationale partijen als de VVD, de Christen-Democraten (CDA) en de Groen-Labour-alliantie GL-PvdA, ook al bezuinigen ze op hun kiezersbasis.

Uit opiniepeilingen blijkt dat deze trend zich dit jaar zal voortzetten, waarbij een Ipsos I&O-enquête een stemaandeel van 34,5% voor lokale partijen voorspelt. GroenLinks-PvdA, die in 2022 nog als afzonderlijke partijen stonden, staat met 17,8% op de tweede plaats.

Simon Otjes, universitair hoofddocent politiek aan de Universiteit Leiden, zegt dat de populariteit van lokale partijen deels de onvrede met de reguliere politiek weerspiegelt. Hun stijging viel samen met een daling van de opkomst bij lokale verkiezingen, die in 2022 voor het eerst onder de 50% daalde.

De val van de regering van Dick Schoof, na minder dan een jaar waarin de rechtse coalitie van vier partijen verlamd was door onderlinge strijd, heeft het vertrouwen van het publiek verder uitgehold.

“Mensen die geen vertrouwen hebben in de nationale politiek stemmen eerder op een lokale partij, en er is alle reden om aan te nemen dat de chaos in Den Haag van de afgelopen twee jaar die gevoelens heeft versterkt”, zegt Otjes.

Lokale partijen hebben de neiging een beroep te doen op kiezers die rechtse partijen steunen bij nationale verkiezingen, omdat ze de kans bieden om te protesteren tegen de gevestigde partijen; Uit het onderzoek van Otjes blijkt dat zij in hun verkiezingsliteratuur “relatief veel anti-elitaire retoriek” gebruiken.

“De gemiddelde lokale partij is centrumrechts, anti-elitair of protestgedreven en richt zich op lokale kwesties en problemen”, zegt Otjes. “Maar daarbinnen zit veel diversiteit: studentenpartijen, partijen voor jongere of oudere kiezers, christelijke partijen en expliciet progressieve of linkse partijen.”

VVD-ontsnappingen

Sommige lokale fracties zijn spin-offs van de gevestigde partijen, een patroon dat ook in Den Haag te zien is, waar partijen als Denk, Nieuw Sociaal Contract en zelfs de PVV werden opgericht door Kamerleden die zich losmaakten van de traditionele ‘grote drie’.

Dit keer heeft Otjes verschillende nieuwe partijen zien verschijnen die zich hebben losgemaakt van de VVD, na onrust in de partij over het besluit van leider Dilan Yesilgöz om in 2023 een coalitie te vormen met de PVV.

“De afgelopen twee jaar hebben we binnen de partij veel discussie gezien over de koers die zij inslaat en de samenwerking met radicaal-rechts”, zegt hij. “Maar het varieert sterk tussen leden die vinden dat de partij te ver naar rechts is gegaan en degenen die vinden dat de partij te soft is.”

Ook lokale partijen hebben geprofiteerd van het feit dat rechts-populistische partijen als de PVV in veel gemeenten niet op de stembus staan.

Een lokaal verkiezingsbord in de Zuidplas, Zuid-Holland, in 2022. Foto: Depositphotos

De partij van Geert Wilders won bijna een kwart van de stemmen bij de algemene verkiezingen van 2023 en de vorige keer ruim 20%, en stelt kandidaten op in slechts 40 van de 342 gemeenten. De boerenpartij BBB staat op de 29e plaats, terwijl JA21, gesteund door ongeveer 8% van de kiezers in de nationale peilingen, slechts voor zeven raden op de kieslijst staat.

Zelfs waar partijen als de PVV wel stand houden, kunnen ze moeite hebben om te concurreren met gevestigde lokale partijen. In Den Haag is Hart voor Den Haag, twaalf jaar geleden opgericht door een voormalig PVV-Kamerlid, Richard de Mos, de grootste partij in de gemeenteraad en uit peilingen blijkt dat het deze keer 14 van de 45 zetels zou kunnen winnen, terwijl de PVV er waarschijnlijk op zijn best twee zal veroveren.

Probleemoplossers

Otjes zegt dat ongeveer 40% van de lokale partijen een ‘lokaal’ karakter heeft, waarbij doorgaans de naam van de gemeente in de naam voorkomt. Ze karakteriseren zichzelf als niet-ideologische probleemoplossers die reageren op de problemen die kiezers voor de deur aankaarten – een aanpak die De Mos omschrijft als politieke ombudsman.

Lokale partijen zijn in staat sterke netwerken op te bouwen met de gemeenschap en kiezers te bereiken die gedesillusioneerd zijn in de nationale politiek, zegt Herman Luitjes, medeoprichter van Wij Putten in Gelderland in 2009 en de lijsttrekker van de partij. Wij Putten heeft bij de laatste drie verkiezingen de meeste zetels behaald en heeft momenteel vier raadsleden.

“We hebben meer vrijheid om ons eigen beleid te kiezen”, zegt hij. “Nationale partijen hebben een nationale stempel en een beleidsagenda die hun lokale afdelingen moeten volgen.

“Als ze landelijk in opkomst zijn, profiteert de lokale partij ervan, maar als de nationale partij in de problemen zit, zal dit een slechte weerslag hebben op de lokale partij, ook al zijn ze sterk in het gebied.”

Hart voor Gooise Meren is after voters in Naarden and the surrounding area. Photo: Dutch News

Monopoly in Barendrecht

Op sommige plaatsen hebben lokale partijen de traditionele grote partijen als de VVD, PvdA en CDA overschaduwd.

Echt voor Barendrecht (EVB), gevestigd in de gemeente Zuid-Holland met iets minder dan 50.000 inwoners aan de zuidrand van Rotterdam, won in 2022 20 van de 29 raadszetels, een zeldzaam voorbeeld van een eenpartijbestuur in het op consensus gebaseerde Nederlandse systeem.

“Toen wij ter plaatse kwamen had de VVD negen zetels”, zegt Roeland Bol, lijsttrekker van de partij. ‘Nu is er nog maar één over.’

De partij werd in 2013 opgericht door politici die zich losmaakten van de VVD en de PvdA, onder meer uit protest tegen een voorgenomen fusie met twee buurgemeenten. Het won het grootste deel van de stemmen bij de verkiezingen van het jaar daarop, won negen zetels en vormde een coalitie met de liberale partijen D66 en VVD.

Roeland Bol, alderman and candidate for Echt voor Barendrecht.

Vier jaar later groeide het uit tot veertien zetels, één minder dan een regelrechte meerderheid, maar belandde in de oppositie nadat de andere partijen een zeskoppige coalitie hadden gevormd. Maar bij de laatste verkiezingen steunde bijna 60% van de kiezers de EVB, waardoor de partij de regering alleen kon besturen.

EVB heeft zich geconcentreerd op het leveren van een tienpuntenplan dat tegemoetkomt aan de lokale zorgen over de inzameling van huishoudelijk afval, meer politie op straat en gratis openbaar vervoer voor gepensioneerden, in een gemeenschap met een relatief hoog aandeel oudere inwoners.

“Het is een duidelijk programma. Mensen kunnen zien of onze doelen zijn bereikt of niet”, zegt Bol, die de afgelopen vier jaar wethouder sociale zaken was.

Overvol veld

De paradox van het electorale succes van de partij is dat kiezers haar nu als het establishment zien, zegt Bol. Voor deze verkiezingen zijn er twee nieuwe lokale partijen opgestaan ​​om de suprematie van Echt voor Barendrecht aan te vechten. Eén daarvan, Barendrechts Belang, is opgericht door twee raadsleden die zich losmaakten van de EVD.

“Als we een straatsteen niet op tijd vervangen of als iemand geen parkeerplaats in de buurt van zijn huis kan vinden, komt dat door EVB”, zegt hij. “Zo zwart-wit is het natuurlijk niet, maar in de hoofden van veel bewoners is dat wel zo.”

Het beeld varieert sterk van land tot land: terwijl Den Haag en Rotterdam sterke lokale partijen hebben met spraakmakende kandidaten, blijven in Amsterdam de nationale partijen domineren in een druk veld met 35 kandidatenlijsten.

In some municipalities several local parties are competing against each other, such as Amersfoort, where voters can choose between Amersfoort 2014, Beter Amersfoort, Burger Partij Amersfoort, ECHT Amersfoort and KeiHart voor Amersfoort.

Financieringsmismatch

Dani Meima en Joël Westerneng startten dit jaar ECHT Amersfoort omdat ze vonden dat de bestaande partijen niet genoeg deden voor de meest kwetsbare bewoners.

“Mensen vertellen ons dat ze erover nadenken om niet te gaan stemmen, wat moeilijk te horen is. Maar of je nu acht partijen hebt bij een verkiezing of achttien, als mensen het gevoel hebben dat ze niet vertegenwoordigd worden, dan is dat niet goed voor de democratie”, zegt Meima.

“We vinden participatie en het sociale vangnet heel belangrijk. We willen een pilot starten voor startersbanen voor mensen die nu in de bijstand leven, die willen werken en bijdragen, maar het vaak lastig vinden om op de arbeidsmarkt te komen.”

Joël Westerneng (l) en Dani Meima lanceerden dit jaar ECHT Amersfoort.

Een voortdurend probleem voor lokale partijen is dat ze niet in aanmerking komen voor staatsfinanciering, die beperkt is tot partijen met zetels in de senaat of de Tweede Kamer en minstens duizend betalende leden.

De vorige regering had een wet opgesteld die 8,15 miljoen euro aan subsidies toekende aan regionale en lokale partijen, maar het kabinet viel voordat deze kon worden aangenomen.

Als gevolg hiervan zijn lokale partijen afhankelijk van donaties of bijdragen van hun gekozen functionarissen, die er vaak mee instemmen een deel van de vergoeding van hun raadsleden te geven ter dekking van uitgaven als campagne voeren, flyers drukken en verkiezingsevenementen organiseren.

“Er is geen sprake van een gelijk speelveld”, zegt Roeland Bol van Echt voor Barendrecht. “Landelijke partijen als de VVD en D66 kunnen het zich veroorloven om door het hele land reclameborden op te hangen, en die zien we ook in Barendrecht. Lokale partijen zoals wij kunnen dat niet.”

Dani Meima zegt dat het voeren van een verkiezingscampagne voor een lokale partij een enorme tijdsinvestering vergt. “Ik heb mijn eigen administratieve bedrijf, dus ik kan mijn eigen uren bepalen, maar het is veel hard werken en niet veel slaap”, zegt hij.

Niet in Den Haag

Otjes zegt dat een ander punt van zorg het gebrek aan transparantie rond donaties is, dat met de verlaten wet moest worden aangepakt door partijen details over hun financiën te laten publiceren om in aanmerking te komen voor staatsfinanciering.

“Mensen proberen gunsten te kopen door geld te geven aan lokale partijen”, zegt hij. “Een zorgpunt is dat het minder aandacht krijgt: als D66 of het CDA een grote donatie krijgt is het nieuws, maar als het naar een lokale partij gaat is het niet zo’n groot nieuws.”

In tegenstelling tot de landelijke partijen kunnen lokale groepen geen beroep doen op de partijhiërarchie als ze moeten samenwerken met provinciale en nationale overheden, maar dat kan wel in hun voordeel werken, zegt Otjes.

Hart voor Den Haag wordt het grootste feest van Den Haag. Foto: Nederlands Nieuws

“Voor sommige nationale partijen, vooral als ze in de oppositie zitten, hebben ze misschien wel contact met hun collega’s in het parlement, maar hebben ze geen toegang tot het kabinet”, zegt hij. “Lokale partijen hebben het voordeel dat ze volledig neutraal zijn en niet betrokken zijn bij de politieke spelletjes in Den Haag.”

Herman Luitjes van Wij Putten is het daarmee eens: “Ik heb 150 collega’s in Den Haag en 55 in de provincie Gelderland. Ik beperk me niet tot de leden van mijn eigen partij. Maar het betekent wel dat we tijd moeten besteden aan het ontwikkelen van onze relaties met Provinciale Statenleden en Kamerleden.”

Lokale partijen hebben er ook toe bijgedragen dat er een nieuwe generatie in de politiek is gekomen, waarbij verschillende studentenvertegenwoordigers zetels hebben gewonnen in Groningen, Leiden en Delft. Dani Meima van ECHT Amersfoort is 21, terwijl zijn mede-oprichter, Joël Westerneng, 22 is, maar hij geeft toe dat het een uitdaging is om jonge mensen bij de politiek te betrekken.

“Mensen van 18, 19 of 20 jaar zijn net begonnen met studeren en willen het huis uit, maar dat kan nog wel tien jaar duren. Als je dat eerder wilt doen, moet je de juiste politieke keuzes maken.”

Roeland Bol zegt: “Onze jongste kandidaat is net 18 geworden. Als hij een leven in de politiek wilde, zou hij zich beter bij een landelijke partij kunnen aansluiten, maar daar heeft hij niet voor gekozen. Wij willen geen carrièremakers, maar mensen die het verschil willen maken voor onze stad.”

Share.
© 2026 Nederlandkeer. Alle rechten voorbehouden.
Exit mobile version