Nederlandse burgers met buitenlandse wortels stemmen in steeds grotere aantallen en overschrijden zelfs de opkomst van lokale inwoners zonder migratieachtergrond, blijkt uit een analyse van het kiezersgedrag bij de algemene verkiezingen van 2025.
Dit is volgens de auteurs van het rapport een omkering van al lang bestaande trends die hebben aangetoond dat de politieke participatie onder nieuwkomers laag is.
Floris Vermeulen, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam en een van de auteurs van het rapport, vertelde Dutch News dat de bevindingen gedeeltelijk wijzen op een algemene toename van de invloed van de internationale gemeenschap op de verkiezingsuitslagen – zelfs als velen nog steeds geen stemrecht hebben omdat ze geen Nederlands paspoort hebben.
“We weten uit decennia van politiek-wetenschappelijk onderzoek dat stemmen niet simpelweg een individuele handeling is. Het is ook een sociale activiteit die wordt gevormd door gesprekken met familieleden, vrienden, collega’s, buren en gemeenschapsnetwerken”, zei hij.
“Veel kiezers met een migratieachtergrond onderhouden sterke sociale banden met mensen die niet kunnen stemmen bij nationale verkiezingen, waaronder familieleden, vrienden of gemeenschapsgenoten die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten”, zei hij.
“Door deze sociale interacties kunnen zorgen en ervaringen van niet-stemmers onderdeel worden van de politieke overwegingen van degenen die wel stemrecht hebben. Natuurlijk stemmen mensen niet uitsluitend namens anderen, maar sociale netwerken spelen een belangrijke rol bij het vormgeven van politieke voorkeuren en prioriteiten.”
Groeiende progressieve invloed
In Nederland wonen circa 1,2 miljoen niet-Nederlanders, inclusief kinderen.
Ongeveer 20% van het electoraat heeft een migratieachtergrond – gedefinieerd als het hebben van ten minste één in het buitenland geboren ouder – en heeft de Nederlandse nationaliteit, waardoor zij een stem kunnen uitbrengen bij nationale verkiezingen.
Deze kiezers neigen meer naar progressieve partijen dan kiezers zonder migratieachtergrond, aldus Vermeulen. Hij merkte ook op dat de bevindingen afkomstig zijn uit een steekproef die neigen naar mensen die al dichter bij de politiek staan dan gemiddeld.
Reactie op uiterst rechts
Vermeulen zei dat hij een risico ziet in de patronen van de resultaten. Hoe sterker radicaal-rechts wordt, hoe meer sommige minderheidsgroepen zich ertegen organiseren, wat op zijn beurt verdeeldheid zaaiende politieke verhalen en de perceptie van hun kiezers voedt. Deze dynamiek, zo zei hij, “kan de sociale en politieke verdeeldheid in de loop van de tijd verdiepen”.
Over het geheel genomen is een hogere participatie echter gezond voor een democratie, zei hij. Het probleem ontstaat wanneer politieke concurrentie draait om groepsidentiteit en waargenomen dreiging, in plaats van om gedeelde belangen en beleid.
Wie moet een nationale stem krijgen?
De bevindingen roepen de voortdurende vraag op of langdurig ingezetenen die werken en hun belastingen betalen, moeten kunnen stemmen bij algemene verkiezingen. Momenteel is Nederland een van de weinige EU-landen die de dubbele nationaliteit aan banden legt en daarmee de stemmen van zoveel migranten bij nationale verkiezingen blokkeert.
Als dit zou veranderen, zei Vermeulen dat de impact – op de korte termijn – ‘merkbaar maar niet transformerend’ zou zijn, omdat de opkomst onder niet-staatsburgers die al in aanmerking komen om lokaal te stemmen, vaak ver onder het nationale gemiddelde ligt.
“Het simpelweg verlenen van stemrecht leidt niet automatisch tot politieke participatie”, zei hij. “Mensen stemmen wanneer ze zich geïnformeerd en vertegenwoordigd voelen. Op de langere termijn zou het uitbreiden van het recht echter de democratische legitimiteit kunnen versterken door een stem te geven aan mensen die bijdragen via werk en belastingen.”
Hij merkte ook op dat de migratieachtergrond er met elke generatie minder toe doet, omdat het stemgedrag convergeert met dat van de bredere bevolking.
Dat is de reden waarom het geen zin heeft om kiezers met wortels in het buitenland als één blok te behandelen, zei hij, omdat ze verschillen qua afkomst, religie, klasse, generatie en politiek. Wat hen verbindt, zei Vermeulen, “is niet een gedeelde identiteit, maar gedeelde ervaringen op het gebied van representatie, erbij horen en inclusie”.
