Nederlandse gemeenten kopen weer actief grond aan, constateert BNR bij het analyseren van gegevens over het gebruik van voorkeursrecht en transactiegegevens uit het Kadaster. Volgens de omroep hebben gemeenten sinds 2019 elk jaar meer grond gekocht dan het jaar ervoor.
Voorkeurrechten verplichten grondeigenaren om grond eerst aan gemeenten aan te bieden wanneer zij deze willen verkopen. “Het gebruik van voorkeursrecht is de afgelopen jaren geëxplodeerd”, zegt Charlotte de Mos van Savills, de vastgoedadviseur die voor BNR de data-analyse uitvoerde.
Sinds 1990 hebben gemeenten 1.575 keer gebruik gemaakt van het voorkeursrecht. Bijna driekwart van dit gebruik vond plaats in de afgelopen vijf jaar en besloeg ongeveer 13.000 hectare land.
Dat betekent niet noodzakelijkerwijs dat de gemeenten al die grond hebben opgekocht. Ze hadden alleen de eerste optie om te kopen. Maar het feit dat gemeenten de afgelopen jaren zoveel vaker gebruik hebben gemaakt van dit recht geeft aan dat zij meer controle willen over wat er met de grond binnen hun grenzen gebeurt.
Uit kadastrale gegevens blijkt bovendien dat gemeenten meer grond kopen dan tien jaar geleden. Tussen 2010 en 2018 kochten gemeenten jaarlijks tot 40 hectare grond aan. In de jaren daarna is dit toegenomen tot ruim 100 hectare in 2024. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk nog veel hoger. Veel gemeenten beheren hun vastgoed via aparte vennootschappen. Transacties van deze bedrijven zijn niet in dit cijfer opgenomen.
Jaren na de kredietcrisis van 2008, toen gemeenten in de problemen kwamen na de enorme waardedalingen van hun grondbezit, waren ze terughoudend met het kopen van grote hoeveelheden grond. Dat ze dat nu anders gaan doen, heeft te maken met de enorme bouwuitdaging waar Nederland voor staat, zegt Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft, tegen BNR.
Om het woningtekort tegen te gaan wil het kabinet 100.000 woningen per jaar bouwen. “Gemeenten kunnen dankzij het voorkeurrecht de daarvoor benodigde grond tegen een eerlijke prijs kopen”, zegt Boelhouwer tegen de omroeporganisatie.
Projectontwikkelaars stimuleren gemeenten soms om van dit recht gebruik te maken. Lagere grondprijzen betekenen lagere bouwkosten, wat weer resulteert in lagere huizenprijzen en huizen die gemakkelijker worden verkocht.











