Huiseigenaren in Nederland betalen dit jaar gemiddeld 5,3 procent meer aan onroerende voorheffing, waarbij in sommige gemeenten de stijging zelfs bijna 40 procent bedraagt, blijkt uit het jaarlijkse woonlastenonderzoek van de Vereniging Eigen Huis (VEH).
VEH meldt dat de gemiddelde lasten van de gemeentebelasting 47 euro hoger zijn dan in 2025, grotendeels veroorzaakt door de stijging van de OZB. Ook de tarieven voor afvalinzameling en riolering stegen met gemiddeld 4,1 procent en 4,7 procent.
Sommige gemeenten vallen op door scherpe veranderingen. Alphen aan den Rijn verhoogde de onroerende voorheffing met bijna 40 procent, terwijl enkele anderen hun tarieven verlaagden. Inwoners van Bloemendaal hebben met 1.072 euro per jaar de hoogste OZB-belasting, terwijl Texel met 136 euro het minst duur is.
Uit VEH-berekeningen blijkt ook dat in ruim de helft van alle Nederlandse gemeenten de totale lokale woonlasten inmiddels boven de 1.000 euro per jaar uitkomen, waarbij Bloemendaal met 1.715 euro bovenaan de lijst staat.
Cindy Kremer, directeur van VEH, uitte haar zorg over verdere stijgingen in de komende jaren. “Gemeenten kampen al jaren met tekorten. Dit komt omdat de rijksoverheid dreigt de financiering aan te scherpen terwijl gemeenten tegelijkertijd meer verantwoordelijkheden krijgen”, aldus Kremer. “Je ziet dit terug in de OZB-tarieven, omdat gemeenten daarmee hun begrotingen in evenwicht kunnen brengen. De kosten komen al snel bij huiseigenaren terecht.”
VEH dringt er bij het nieuwe Nederlandse kabinet op aan om voldoende geld beschikbaar te stellen voor gemeenten. De organisatie zei dat gemeenten hun wettelijke taken, waaronder de jeugdzorg, konden uitvoeren ‘zonder eindeloze OZB-verhogingen’.









