De gemeenten Amsterdam, Eindhoven, Groningen en Utrecht dringen er bij de Eerste Kamer op aan om tegen het strafbaar stellen van illegaal verblijf te stemmen. Het beroep komt terwijl de Senaat zich voorbereidt op het debat over de wet op de noodmaatregelen op asielgebied op 14 april, waarin de voorgestelde strafbaarstelling is opgenomen.
De steden zeggen volgens de gemeente Utrecht bezorgd te zijn of de maatregel realistisch kan worden gehandhaafd door lokale overheden en politie. Ze waarschuwen ook voor bredere sociale gevolgen, vooral voor kinderen en kwetsbare bewoners die verder buiten het bereik van de openbare diensten kunnen worden gedreven.
Ambtenaren in de vier gemeenten beweren dat als mensen zonder papieren bang zijn voor straf, zij contact met overheidsinstanties kunnen vermijden en organisaties helemaal kunnen steunen. Volgens hen zou de wet ernstige gevolgen kunnen hebben voor kinderen, waaronder verlies van toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en jeugdhulpdiensten.
De gemeenten uiten ook zorgen over de rechtspositie van hulpverleners en lokale organisaties die migranten zonder papieren bijstaan. Volgens de voorgestelde wet zou dergelijke hulp mogelijk kunnen worden geïnterpreteerd als het helpen van iemand bij het plegen van een misdrijf.
Hoewel het wetsontwerp naar verluidt bewoordingen bevat die medeplichtigheid aan deze zaken moeten uitsluiten, waarschuwde de Raad van State in augustus 2025 dat deze constructie niet past binnen het huidige strafrechtsysteem. De gemeenten betogen dat hierdoor de rechtszekerheid voor hulpverleners naar de rechter verschuift en stelt dat de uitkomst ‘nooit de bedoeling mag zijn’.
In maart drongen vooraanstaande kerkelijke figuren er al bij de Senaat op aan om illegaal verblijf niet strafbaar te stellen, met het argument dat de voorgestelde maatregelen de menselijke waardigheid ondermijnen. Ook tientallen andere organisaties, waaronder het Rode Kruis, enkele rijksinspecties en de Nederlandse Orde van Advocaten, hebben hun zorgen geuit over de plannen.
