Broekers-Knol geeft toe: vijf gemeenten dwingen tot noodopvang kon niet

0
64

Volgens Broekers-Knol is “het gebruik van de term aanwijzing ingegeven door de acute noodsituatie waarvan sprake was, mede gezien de internationaalrechtelijke verplichtingen waaraan Nederland zich verbonden heeft.” Daarbij verwijst ze onder meer naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Vluchtelingenverdrag. Daarin is bijvoorbeeld geregeld onder welke omstandigheden asielzoekers moeten worden opgevangen.

Vanwege een toestroom van asielzoekers, onder meer uit Afghanistan, waren er in december zeker 2000 extra opvangplekken nodig. Volgens Broekers-Knol lukte het niet om in gemeenten genoeg locaties te vinden op vrijwillige basis. “Daarmee ontstond het onaanvaardbare risico dat de Nederlandse staat asielzoekers niet langer menswaardige opvangvoorzieningen kon bieden.”

Broekers-Knol omschrijft haar beslissing nu als “dringend bestuurlijk verzoek”. Dat was “niet een middel waartoe het kabinet lichtvaardig is overgegaan”.

Nieuw coalitieakkoord

Bij een debat over de justitiebegroting in de Eerste Kamer op 21 december stelde senator Van Hattem van de PVV ook vragen over de juridische basis van het besluit. Hij vroeg onder meer welk machtsmiddel het Rijk had om weigerende gemeenten te dwingen toch mee te werken.

Daarop antwoordde Broekers-Knol: “Het Rijk heeft een uitgebreid scala aan juridische instrumenten om, als dat nodig is, alsnog daarin te voorzien.” In haar antwoorden op de Kamervragen van Omtzigt gaat Broekers-Knol daar niet verder op in.

In het coalitieakkoord van het vandaag aangetreden kabinet-Rutte IV staat dat “het kabinet, met inachtneming van de lokale autonomie en passende waarborgen, gebruik [zal] maken van de mogelijkheid een aanwijzing te geven aan de medeoverheden”, mocht dat nodig zijn in het algemeen belang. In haar beantwoording aan Omtzigt wil Broekers-Knol niet ingaan op de vraag wat het nieuwe kabinet daarmee beoogt.

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here