Ed van Thijn, ‘man achter Den Uyl’, hervond zijn Joodse identiteit

0
65

Van Thijn (1934) was het enige kind van een Joods echtpaar, dat in 1943 in Amsterdam werd opgepakt en werd afgevoerd naar Westerbork. Ze ontkwamen aan de gaskamers doordat de vader uit de trein sprong en zijn vrouw en zoon vervolgens uit Westerbork wist te krijgen.

Van Thijn zat daarna, gescheiden van zijn ouders, op achttien onderduikadressen. Op het laatste adres, een boerderij in Overijssel, waande hij zich in luilekkerland. Terwijl in Holland honger heerste, deed hij zich tegoed aan boterhammen met eieren en spek en dikke plakken bloedworst.

Op 26 november 1944 ging het mis. De Duitsers vonden hem en namen hem mee naar een Huis van Bewaring. Daar probeerden ze uit hem te krijgen dat hij een Jood was. Ze schreeuwden tegen de 10-jarige jongen, smeten voorwerpen naar hem, dreigden met honden, lieten een felle lamp in zijn ogen schijnen, maar Van Thijn hield vol dat hij geen Jood was.

Uiteindelijk werd hij toch nog naar Westerbork gebracht, maar daarvandaan vertrokken geen treinen meer naar de vernietigingskampen.

Handtastelijkheden

Na de bevrijding werd Van Thijn met zijn ouders herenigd. De oorlog bleef als een schaduw over het gezin hangen, al werd er nooit over gesproken. Zijn vader werd rijk als textielhandelaar, de vakanties werden doorgebracht in dure hotels en de zoon – die op de zondagen met zijn vader naar Ajax ging – werd schaamteloos verwend.

Intussen werden de spanningen in het gezin ondraaglijk. Van Thijns moeder had geregeld heftige huilbuien, zijn vader ontembare driftbuien, waarbij hij zijn vrouw soms naar de keel vloog. “Diverse malen heb ik me gillend tussen hen in moeten werpen om verdere handtastelijkheden te voorkomen”, schreef Van Thijn later.

Den Uyl

Van Thijn studeerde politieke wetenschappen en kwam dankzij de latere minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel nog voor het einde van zijn studie terecht bij de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Hij had grote bewondering voor Den Uyl, die daar toen directeur was.

Met zijn politieke carrière ging het voorspoedig. In 1962 werd hij lid van de Amsterdamse gemeenteraad, als opvolger van Den Uyl, die wethouder werd. In 1965 werd hij fractievoorzitter, in 1967 Tweede Kamerlid. In die jaren werd zijn relatie met Den Uyl nog hechter doordat ze samen op en neer pendelden tussen Den Haag en hun woonplaats Amsterdam.

Een aantal foto’s van zijn carrière:

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here