Politieke debatten hebben vooral indirect effect, ‘kijkers hebben al een idee’

0
129
De tijdelijke huisvesting van de Eerste Kamer

NOS Nieuws

“U draait en u bent niet eerlijk”, beet Jan Peter Balkenende Wouter Bos in 2006 toe. “Nu doet u het weer”, zei Diederik Samsom in 2012 tegen Mark Rutte. Twee momenten uit lijsttrekkersdebatten die grote impact hadden op het verloop van de verkiezingen. Of toch niet? Hoe groot is de invloed van televisiedebatten op de uiteindelijke stem van mensen nu echt?

In de meeste gevallen verwaarloosbaar, stelt een nieuwe studie van de Harvard Business School. Twee politiek-economen namen 62 Amerikaanse en Europese verkiezingen onder de loep, en vonden gemiddeld genomen ‘geen enkel effect’ van de tv-debatten op de voorkeur van kiezers. Ook als de NOS ze de Nederlandse voorbeelden voorlegt, houden ze voet bij stuk: “Hoewel het een gemiddeld effect is, droegen de debatten in onze studie voor geen enkele groep kiezers bij aan het bepalen van hun keuze.”

Zwevende kiezer

De studie laat zien dat 17 tot 29 procent van de kiezers twee maanden voor verkiezingen nog geen uiteindelijke voorkeur heeft. Die groep laat zich vooral sturen door hun indruk van de kandidaten en hun mening over specifieke maatschappelijke thema’s. Maar vraag het ze vlak voor en vlak na een televisiedebat, en je ziet geen verschillen van betekenis, of je nu in de VS kijkt, in Nederland of Italië.

Dat is goed te begrijpen, zegt hoogleraar politieke communicatie Claes de Vreese van de Universiteit van Amsterdam: “De meeste studies vinden weinig effecten van televisiedebatten. De kijkers van zulke debatten hebben vaak al een idee wat ze willen gaan stemmen.”

Maar dat betekent nog niet dat de debatten geen enkel effect hebben, vindt De Vreese. Ten eerste wordt veel van dit soort onderzoek in de VS gedaan, waar slechts twee partijen serieus meestrijden. “De gemiddelde kiezer wisselt niet zomaar tussen de Republikeinen en de Democraten”, zegt hij. “In Nederland kunnen mensen makkelijker overstappen, maar dan binnen dezelfde vijver. Van GroenLinks naar D66 bijvoorbeeld.”

Ook ontstaan om het debat heen allerlei discussies, in de media, op social media en tussen mensen. “Die bereiken een groter publiek, en ook een ander publiek. Bovendien hebben de media een sterke neiging om winnaars en verliezers uit te roepen. Ook die boodschap bereikt een veel groter publiek.” En de perceptie van wie de winnaar is heeft wel degelijk een invloed op de voorkeur van kiezers.

Filosofische vraag

Dat kan wellicht ook verklaren waarom de tv-debatten tijdens de verkiezingen van 2012 een grote invloed op het stemgedrag van mensen leken te hebben: die hadden een duidelijke winnaar en verliezer. Maar wat bepaalt dan uiteindelijk de keuze van mensen: het debat of de berichtgeving? “Dat is uiteindelijk een filosofische vraag”, zegt De Vreese. Het is bijna niet te doen om die twee in studies uit elkaar te trekken.”

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here