‘Prijsplafond of minder regels om winst in kinderopvang te beteugelen’

0
43

NOS Nieuws

Een prijsplafond, minder regeldruk en het publiek maken van de kinderopvangsector. In een onderzoek dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid liet uitvoeren staan die mogelijkheden genoemd om misbruik van het nieuwe kinderopvangsysteem tegen te gaan.

Het kabinet heeft het voornemen om per 2025 de inkomensafhankelijke kinderopvangtoeslag af te schaffen en te vervangen door een vaste vergoeding. Werkende ouders krijgen dan 96 procent van het maximum-uurtarief in de kinderopvang vergoed.

De vraag naar kinderopvang (voor kinderen van 0-4 jaar) zal na de stelselwijziging met ongeveer 30 procent toenemen, verwacht het kabinet. Een toenemende vraag is ook precies het idee, zegt minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “We willen namelijk dat mensen arbeid en zorg beter kunnen combineren.”

Winstmaximalisatie

Maar gevreesd wordt dat commerciële aanbieders hierin een kans zien om hun tarieven fors te verhogen. Bovenop de eigen bijdrage (die dan nog 4 procent is) kan een opvang een extra bedrag vragen aan ouders. De vrees geldt het sterkst voor opvanglocaties die in handen zijn van investeringsmaatschappijen (private equity-partijen). Die zijn immers gericht op een zo hoog mogelijke winst.

Uit het onderzoek blijkt dat zo’n 12 procent van de opvanglocaties in Nederland in handen is van private equity-organisaties. In totaal is 60 procent van de kinderopvangmarkt in handen van commerciële bedrijven.

De onderzoekers hebben een aantal mogelijke maatregelen bekeken die ‘misbruik’ binnen het nieuwe stelsel moeten tegengaan. Een radicale optie die is doorgelicht, is het nationaliseren van de hele sector. Dat betekent dat kinderopvangorganisaties worden opgekocht door de staat.

Voordeel hiervan is dat het winstoogmerk volledig verdwijnt uit de sector en daarmee ook alle commerciële belangen. Nadeel is dat het heel duur is om alle opvangbedrijven te kopen. Ook is het heel ingewikkeld, schrijven de onderzoekers: “Gedwongen nationalisatie van bedrijven in een goed draaiende sector zal juridisch en politiek een hobbelig pad zijn.”

Een ander nadeel is dat de sector eenvormiger zal worden en dat is niet wenselijk, vindt minister Van Gennip. “De diversiteit die we hebben is juist heel mooi.”

Grensgeschillen

Een volgens de onderzoekers “effectieve en uitvoerbare” maatregel is een prijsplafond, ergens boven de maximum-uurprijs. De maatregel voorkomt excessieve prijzen en daarmee “buitenproportionele winsten”, aldus de onderzoekers.

Maar de uitvoering is complex, bijvoorbeeld omdat bepaalde kostenposten per regio verschillen. Dat vraagt om verschillende prijsplafonds in verschillende regio’s en dat brengt “grensgeschillen” en administratieve lasten met zich mee.

De minister wijst een prijsplafond niet direct van de hand. “We moeten dat heel zorgvuldig uitzoeken en dat zijn we aan het doen”, reageert Van Gennip.

Uitholling

Een andere opvallende mogelijke maatregel is het verlagen van de regeldruk in de opvang om toetreding tot de markt makkelijker te maken. Meer concurrentie draagt er volgens de onderzoekers aan bij dat grote organisaties minder kans krijgen om nog groter te worden en om “bovenmatige winsten” te realiseren.

Het nadeel van minder regeldruk ligt voor de hand: het kan leiden tot uitholling van de kwaliteit. En de onderzoekers stippen aan dat regeldruk niet de grootste horde is voor nieuwe bedrijven. Personeelstekort en een gebrek aan geschikte locaties wegen zwaarder.

De onderzoekers dragen ook nog een aantal maatregelen aan om de marktwerking te verbeteren, en dus “marktmisbruik” te voorkomen. Onder meer transparantie over de kwaliteit, meer inspraak voor ouders/medewerkers en meer inzicht in de financiën worden genoemd.

“Dat gezegd hebbende: door de krapte aan de aanbodzijde is voor ouders de beschikbaarheid van een plek vaak doorslaggevend in de keuze”, aldus het rapport. “Hierdoor is de effectiviteit van dit soort maatregelen beperkt.”

Personeelstekort

Naast vragen over winsten is een belangrijk struikelpunt voor het nieuwe systeem dat er nu al een tekort is aan pedagogisch medewerkers. Het ministerie liet eerder onderzoeken hoeveel werknemers er de komende jaren nodig zijn. Als de stelselwijziging doorgaat is er naar verwachting een tekort van zo’n 29.000 werknemers in 2031. Zonder de stelselwijziging is er tegen die tijd een tekort van zo’n 7000 werknemers.

Van Gennip erkent dat de stelselwijziging niet makkelijk is, maar de beoogde ingangsdatum laat ze voorlopig niet los. “2025 is nog steeds haalbaar, maar wel heel ambitieus.”

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here