Een overheidsprogramma om de juridische en sociale status van sekswerkers in Nederland te verbeteren is geëindigd zonder de veranderingen teweeg te brengen die volgens de achterban nodig waren, volgens een rapport dat dinsdag is gepubliceerd door Soa Aids Nederland, de Nederlandse instantie voor hiv en seksuele gezondheid.
Het gezamenlijke project tussen het ministerie van Justitie en het Sekswerk Meld- en Adviescentrum (SMAP) van de stichting, dat klachten van sekswerkers in behandeling neemt, werd in februari afgerond.
De informatievoorziening voor sekswerkers is niet verbeterd, de handhaving van het belastingstelsel waaronder zij werken is niet verankerd en regels die bedoeld zijn om hun autonomie en privacy te beschermen worden nog steeds routinematig overtreden, constateert het centrum.
Onveilige omgevingen en uitbuiting
In de vier jaar dat SMAP actief is, heeft het 444 klachten ontvangen: 42% over onveilige werkomgevingen, 13% over inbreuken op de privacy en 22% over toegang tot vergunningen of bankieren. Alleen al in 2025 ging 31% van de klachten over de mensen die bordelen en andere seksbedrijven exploiteerden.
De klachten omvatten dreigementen met boetes of ontslag, hoge provisies, druk om gevaarlijke boekingen aan te nemen, dwang tot riskante cosmetische ingrepen en gedwongen worden om zonder condooms te werken.
Het mechanisme dat aan de basis van het probleem ligt, aldus het rapport, is het zogenaamde ‘opting-in’-belastingstelsel. Volgens deze wet zijn sekswerkers formeel noch werknemers, noch zelfstandigen: de exploitant houdt de loonbelasting in, maar neemt weinig verantwoordelijkheden van de werkgever over. De regeling was bedoeld om de belastingbetaling te vereenvoudigen en de rechten van werknemers te verbeteren. In de praktijk, zegt SMAP, heeft het het tegenovergestelde gedaan.
“Er is geen overheidsorgaan dat toezicht houdt op de exploitanten”, zegt Iris de Munnik, projectleider van Soa Aids Nederland, tegen Binnenlands Bestuur. “Niet de arbeidsinspectie, niet de Belastingdienst en niet de gemeenten. De gemeentelijke prostitutie-inspectieteams controleren alleen de vergunningsvoorwaarden, niet de opting-in-voorwaarden.”
De klachten die bij het centrum werden ingediend, gingen ook veel verder dan exploitanten: 17% ging over websites, 15% over de politie en 13% over zorgaanbieders, waarbij banken 11% voor hun rekening namen en gemeenten 8%.
Het debat over mensenhandel
Soa Aids Nederland pleit voor sterkere handhaving van de opting-in voorwaarden, betere samenwerking tussen belastingdienst, arbeidsinspectie, politie en gemeenten, en toegankelijke juridische en psychosociale ondersteuning voor sekswerkers.
Kamerleden debatteren woensdag over mensenhandel en prostitutie; Minister van Justitie David van Weel zei dat hij tot die tijd zou wachten voordat hij in detail zou reageren.
Het centrum kwam ook terug op een wetsvoorstel over de verwerking van de gegevens van sekswerkers, omdat dit volgens het centrum de veiligheid niet zou verbeteren. “Het geeft sekswerkers nog steeds nergens terecht met hun klachten, en biedt geen handhaving van de opting-in-regeling”, aldus De Munnik.











