Onze vaste columniste Molly Quell is bang dat ze misschien iets te ver met haar is gegaan inburgering proces.
‘Ze waren in orde, maar…’ Ik zweeg. Ik kon er niet helemaal de vinger op leggen waarom ik het niet leuk vond om de collega’s van mijn man te ontmoeten nadat we ze tegenkwamen in een pub.
Mijn (Nederlandse) man en ik waren uit met een paar (Nederlandse) vrienden toen een aantal van zijn (niet-Nederlandse) werkkennissen toevallig langs de bar liepen waar we werden neergezet met bier en bitterballen.
De groep werd verwelkomd om zich bij ons aan te sluiten, stoelen werden aan tafels in de buurt gekocht en er werd een nieuwe ronde van uitstapjes besteld.
De collega’s waren vrolijk en de gesprekken liepen van zomervakantieplannen tot obscure volkstradities uit hun verschillende thuislanden.
En toch irriteerden ze mij.
Terwijl hij en ik naar huis liepen, stelde mijn man de standaard debriefingsvragen na de sociale betrokkenheid. Hij peilde naar mijn aarzeling ten opzichte van zijn collega’s.
‘Ze hebben zich niet voorgesteld,’ zei ik, terwijl ik eindelijk verwoordde wat me dwars zat.
De internationals, besefte ik, hadden zich niet beziggehouden met het Nederlandse ritueel waarbij ze zich aan iedereen aan tafel voorstelden, met een stevige handdruk en het nodige oogcontact.
Tien jaar geleden zou ik je met groot vertrouwen hebben verteld dat dit een dwaze en ongemakkelijke sociale interactie was. Dat het storend is op feesten en bijeenkomsten. Dat je de naam van iedereen onmiddellijk vergeet en vervolgens het risico loopt hun naam niet te kennen als je later een echt gesprek aangaat.
Ik ben hier niet om de praktijk te verdedigen. Maar ik ben er inmiddels zo aan gewend geraakt dat ik er last van krijg als het niet klaar is.
Ik ben te ver gegaan met mijn inburgering.
Ik heb veel geïntegreerd. Ik zwem in kanalen. Ik ga graag naar de naaktsauna met gemengde geslachten. Ik heb op Koningsdag spullen verkocht en borden gekocht bij Albert Heijn zegels.
Die zijn allemaal verdedigbaar. Het springen in een kanaal houdt me deze zomer echt koel en ik gebruik nog steeds mijn borden.
Maar verplichte groepsintroducties op sociale bijeenkomsten? Ik zou mezelf moeten deporteren en wat tijd moeten besteden aan het nadenken over wat ik ben geworden.
Dit is min of meer hoe alle menselijke tradities tot stand komen. Als genoeg mensen iets vaak genoeg doen, wordt het normaal, en nu feliciteer ik 25 mensen die in een kring zitten met de verjaardag van iemand anders.
Over het algemeen houd ik wel van de Nederlandse Introductiecultuur. Nederlandse tieners voelen zich veel prettiger in de omgang met volwassenen dan tieners van andere nationaliteiten, is mijn ervaring. Ik neem aan dat dit komt omdat ze vanaf jonge leeftijd gedwongen zijn zichzelf aan iedereen voor te stellen.
Jij zegt hallo. U erkent dat er nog iemand aanwezig is. Je doet het in alle facetten van menselijke interactie. Bij meetings en evenementen en godverdomme als je je collega tegenkomt in de kroeg.
Maar om zo ver te gaan om neer te kijken op lieve mensen die geen idee hebben dat het van hen verwacht wordt en het daarom niet doen? Voor je het weet, heb ik een ‘Grenzen gesloten‘-poster tijdens een extreemrechtse bijeenkomst.
Als je tussen mensen leeft, absorbeer je hun culturen en gewoonten. Ik breng tegenwoordig het grootste deel van mijn tijd door met Nederlanders en mijn realiteitsgevoel is verwrongen.
Eerlijk gezegd denk ik dat het voor mij te laat is. Ik voel me beledigd door het idee om een badpak aan te trekken om naar de sauna te gaan. Ik raak steeds meer gefrustreerd door collega’s die niet zomaar direct kunnen zeggen wat ze willen. Een paar weken geleden plaagde ik een vriend omdat hij een ‘luxueuze’ lunch had.
Lezer, het was een salade.
Red jezelf, ga weg nu het nog kan. Maar zorg ervoor dat je jezelf bij aankomst stevig voorstelt.












