Volgens nieuw onderzoek van het Mulier Instituut gaat slechts 56 procent van de kinderen in Nederland op een actieve manier zoals fietsen of lopen naar school.
In de cijfers zijn alleen kinderen opgenomen die kunnen fietsen. Ongeveer driekwart van de kinderen in de voorschoolse leeftijd kan fietsen, oplopend tot 99 procent onder 11-jarigen. Onderzoekers zeggen dat de onderzoeksresultaten zijn gewogen om de Nederlandse bevolking beter weer te geven.
Onderzoeker Dagmar Derikx noemde de bevindingen ‘behoorlijk schokkend’ en merkte op dat de meeste kinderen in Nederland dichtbij hun school wonen.
“Fietsen is een makkelijke manier om aan dagelijkse beweging te komen”, zegt Derikx tegen Trouw. “Als je het fietsen op jonge leeftijd automatiseert, kun je op latere leeftijd ook beter zelfstandig fietsen. Je hoeft niet meer na te denken over handelingen als trappen en sturen, waardoor je beter op het verkeer kunt letten. Bovendien geeft het kinderen bijvoorbeeld autonomie als ze een leeftijd bereiken waarop ze zelf naar vrienden kunnen fietsen.”
Volgens het instituut blijft het onduidelijk of het aantal kinderen dat op de fiets naar school fietst, toe- of afneemt. Eerder onderzoek op basis van gegevens uit 2019, waarbij een iets andere methodologie werd gebruikt, leverde grotendeels vergelijkbare resultaten op.
Onderzoekers hebben het nieuwe onderzoek laten uitvoeren vanwege de groeiende aanwezigheid van nieuwe elektrische tweewielers op de Nederlandse fietspaden.
Hoewel sommigen misschien aannemen dat ouders het verkeer nu als gevaarlijker beschouwen en kinderen daarom minder vaak laten fietsen, vond het onderzoek geen bewijs dat deze conclusie ondersteunt. Geen van de ondervraagde kinderen ging op fatbikes naar school, terwijl 10 kinderen elektrische fietsen gebruikten.
Volgens Derikx vormen de jongste kinderen een groot deel van de groep die nooit zelfstandig naar school fietst. Hoewel ze misschien wel kunnen fietsen, vinden ouders het niet altijd veilig genoeg. Tot de niet-fietsende groep behoren ook kinderen die met busjes naar scholen voor speciaal onderwijs worden vervoerd.
Uit het onderzoek blijkt dat kinderen vaker naar school fietsen als ouders dit aanmoedigen en als hun klasgenoten ook fietsen.
Scholen die het fietsen actief promoten vergroten ook de deelname. Beperkte parkeergelegenheid in de buurt van scholen werd ook als gunstig voor het fietsen aangemerkt.
“Ons onderzoek laat vooral zien dat alle factoren met elkaar samenhangen”, zegt Derikx. “Als een kind kan fietsen, wil dat nog niet zeggen dat er voldoende oversteekplaatsen zijn. En als die er wel zijn, is het niet altijd zo dat de sociale omgeving het fietsen stimuleert.”
De bevindingen komen voort uit bredere zorgen over de verkeersveiligheid in de buurt van Nederlandse scholen. Volgens de Fietsersbond fietsen in 2025 dagelijks ruim 36.000 kinderen op wegen in de buurt van basisscholen waar auto’s tot 50 km/uur mogen rijden zonder gescheiden fietspaden. De groep riep op tot verplichte schoolzones van 30 km/uur in het hele land.
