‘Je moet een beetje gek zijn’

0
24
Nicole wil de tocht in ongeveer 50 uur voltooien

NOS Wielrennen

Ruim 1.200 kilometer fietsen in een wielerwedstrijd. Dat was in 1891 het idee van de Parijse krant Le Petit Journal. En zo stonden er toen 209 deelnemers aan de start voor de eerste Parijs-Brest-Parijs (PBP), waarvan er 107 de eindstreep haalden. Zondag, ruim 130 jaar later, staan er ongeveer 7.000 fietsers aan de start van de inmiddels mythische klassieker.

Een van hen is de 29-jarige Nicole van Batenburg uit Den Haag, zij wil de twintigste editie van de tocht in ongeveer 50 uur voltooien, met slechts drie uurtjes slaap.

PBP heeft een mythisch imago gekregen onder fanatieke fietsers. Dat komt doordat zelfs de profwielrenners de 1.200 kilometer te zwaar vonden. Later kreeg de tocht nog extra lading doordat het evenement maar één keer in de vier jaar wordt verreden. Langeafstandsfietsers zien dit als de ultieme tocht.

Wat is Parijs-Brest-Parijs?

1.200 kilometer aan een stuk fietsen is ook een behoorlijk eind, dat gaat niet voor elke fietser zomaar even. “Maar je hoeft geen topsporter te zijn om deze tocht te rijden, je moet alleen wel een beetje gek zijn”, lacht Van Batenburg.

Parijs-Brest-Parijs is tegenwoordig meer een tocht dan een wedstrijd, maar dat betekent niet dat iedereen er zomaar aan mee kan doen. “Je moet meerdere kwalificatietochten rijden. Eén van 200, 300, 400 en 600 kilometer. Als je dat voltooit, heb je een startbewijs.”

Ouder dan de Tour de France

Dat deed de Haagse en zo staat ze zondag aan de start in Parijs. “Ik heb er heel veel zin in. Het is echt een speciale tocht omdat het zo’n klassieker is. Hij is ouder dan de Tour de France (die eerste editie was in 1903, red.) en er doen veel verschillende nationaliteiten mee. In 2019 deden er bijvoorbeeld 300 renners uit India mee, de tocht is dus wereldwijd bekend.”

Sommige fietsers doen het rustig aan en slapen meerdere uren. Omdat ik een snelle tijd wil halen, zal ik maximaal drie uur gaan slapen.

Nicole van Batenburg gaat met weinig slaap de tocht proberen te voltooien

Voor de niet-fietsers omschrijft Van Batenburg de tocht als een ‘Elfstedentocht in het fietsen’. “Ik heb er heel veel zin in. Er staan veel mensen langs de kant die bijvoorbeeld koffie geven en aanmoedigen. Ik ben ook wel een beetje zenuwachtig hoor, want je vraagt wel wat van jezelf.”

Want als je dan toch aan de start staat, kun je er maar beter een ambitieus doel aan vastknopen, denkt de fietsster. “Ik wil de 1.200 kilometer, als alles meezit, tussen de 50 en 55 uur voltooien. Ik hoop dan de snelste vrouw te zijn.”

De snelste vrouw in de laatste editie, in 2019, deed er 51 uur en 2 minuten over.

Voor alle wielrenners is er een tijdslimiet van 90 uur. “Iedere wielrenner steekt de tocht in voor zichzelf zoals ze het leuk vinden. Sommige fietsers doen het rustig aan en slapen meerdere uren. Omdat ik een snelle tijd wil halen, zal ik maximaal drie uur gaan slapen.”

“Als ik pech krijg, of ik moet een band wisselen, dan moet ik zelfs wat strenger voor mezelf zijn en minder slapen. Maar het is wel belangrijk om wat rust te pakken als ik echt moe ben.”

Maar het is niet zo dat er een luchtbedje meegaat naar Frankrijk, vertelt Van Batenburg. “Nee, het slapen doe ik op een grasveldje langs de weg, op een zeiltje. Ik wil namelijk zo min mogelijk meenemen, want je wil niet te zwaar zijn. Ik neem wel een goede slaapzak mee, want het kan wel afkoelen.”

Nicole van Batenburg tijdens een van haar kwalificatietochten

Buiten de slaapzak gaan er ook wat reservebanden mee en flink wat voedsel. “Daarnaast heb ik wat vrienden op 400 en 800 kilometer staan om mij te voorzien van eten. Als het slecht weer is, kunnen ze me ook een regenjas aangeven. Er is namelijk niet zoals in de Tour een volgauto die meerijdt. Ik moet echt heel veel eten, het zal moeilijk worden om alles binnen te houden. Ik heb al eens ervaren dat ik vergat te eten, dan gaat het echt snel heel slecht.”

Van Batenburg vertelt alsof het een gewone fietsdag gaat worden, maar 1.200 kilometer fietsen profrenners normaal in ongeveer een week tijdens de Tour de France. “Ik omring me veel met dit soort fietsfanaten, dan voelt het misschien normaler. Maar als ik tegen collega’s zeg dat ik deze afstand fiets, zeggen ze: ‘spoor je wel?’. Ik snap wel dat ze dat zeggen, hoor.”

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here