‘Maar liever nu dan op de 400 horden’

0
30

NOS Sport

  • Luuk Blijboom

    redacteur NOS Sport

  • Luuk Blijboom

    redacteur NOS Sport

De ene primeur is de andere niet. Femke Bol kreeg zondag een kans om een hiaat op haar erelijst op te vullen. Tijdens de NK atletiek in Breda kon ze, op de 200 meter, de eerste nationale titel uit haar loopbaan grijpen. In plaats daarvan leed ze op het sprintnummer haar eerste nederlaag van dit jaar.

Het verlies kon de 23-jarige atlete die dit seizoen mondiaal de vijf snelste races op de 400 meter horden achter haar naam heeft staan allerminst worden aangerekend. Toch zat de tweede plaats op het langste sprintnummer Bol, type plichtsgetrouwe sportvrouw, niet helemaal lekker.

Femke Bol

“Ik wil altijd goed uitvoeren wat ik moet doen. Als dat niet lukt, vind ik dat echt niet leuk. Nou ja, liever dat zoiets me overkomt op zo’n raar nummer als de 200 meter dan tijdens een normale race.”

Niet vooruit

Zaterdag scherpte ze in de halve finale haar persoonlijk record nog aan van 23,00 naar 22,88. Zondag moest ze haar meerdere erkennen in Tasa Jiya: 22,77 om 23,05.

“Dit was gewoon niet goed”, oordeelde deeltijdsprinter Bol na de finale. Wat eraan schortte? “Ik kwam gewoon niet vooruit.”

Bol in actie op de 200 meter

Toch was het een vreemd gezicht om Bol eens niet te zien winnen. Ze was de eerste om dat te erkennen. “Maar het knaagt niet aan me hoor, dat ik nog steeds geen nationale titel heb. Ik moet gewoon nog harder lopen om dat te bewerkstelligen.”

Acceleratie

Drie weken voor de WK in Boedapest was de nationale titelstrijd voor Bol op papier eerst en vooral een veredelde training. “Ik moest dit weekeinde goed op mijn acceleratie vanuit het startblok letten. De eerste 40 meter versnellen, op weg naar waar normaal gesproken de eerste horde staat. Zo’n versnelling zit van nature niet in me.”

“Dat is echt mijn zwakke punt waar nog veel verbetering in zit. Die acceleratie onder de knie krijgen is een punt van aandacht voor volgend jaar.” Om daar, welhaast verontschuldigend, aan toe te voegen: “Ik kan niet overal op mijn best zijn.”

Jiya (voor Bol) en Burnet Nederlands kampioenen op 200 meter

De buitenwacht, erkende Bol, ziet bij haar nu eenmaal weinig tegenslagen. “Maar die zijn er soms wel degelijk. Tijdens de Diamond League in Lausanne baalde ik als een stekker van het laatste gedeelte van mijn race. Maar dan win ik toch met een enorme voorsprong in 52,76 en ziet niemand dat ik niet tevreden ben over zo’n race.”

Ook in Breda wierp de mondiale titelstrijd in Hongarije zijn schaduw vooruit. Bol wenste slechts een uiterst bescheiden conclusie te verbinden aan haar optredens van het weekeinde, minder dan een maand voor Boedapest. “Een goede tijd laat zien dat je goed in vorm bent.”

Op schema

Dat Bol op schema ligt voor de WK, was geen nieuws. Met gepaste trots verwees ze nog maar eens naar de 51,45 die ze vorige week in Londen tijdens de 400 meter horden op de klokken zette.

“Ik voelde al heel lang dat die 51’er erin zat. Ik liet het alleen niet zien. En in de sport geldt nu eenmaal: pas wanneer je een tijd op het scorebord zet, heb je het laten zien.”

“Het verbaasde me niet echt dat ik onder de 52 seconden dook. Ik keek er alleen wel van op dat ik er zo dik onder zat. Dat had ik echt niet verwacht.”

Graag had ze komende maand in Boedapest op de 400 horden de degens gekruist met de Amerikaanse Sydney McLaughlin. De titelverdediger, met 50,68 houdster van het wereldrecord, heeft tot Bols teleurstelling besloten zich voorlopig toe te leggen op de 400 meter.

Geen titanenstrijd

Niet dat die mededeling voor Bol als een complete verrassing kwam. “Ik had het ergens wel zien aankomen. Ik had alleen gehoopt dat ze dit jaar de 400 vlak met de 400 horden zou combineren.”

De sportvrouw in Bol doet het pijn dat de titanenstrijd in ieder geval in Boedapest niet plaatsvindt. “Ik loop graag tegen de beste atleten van de wereld. Eigenlijk krijg ik alleen tijdens WK’s de kans om tegen McLaughlin te starten. Dan moet het volgend jaar in Parijs maar gebeuren.”

Sidney McLaughlin en Femke Bol omhelzen elkaar na een duel in het Amerikaanse Oregon

Dat Bol door de absentie van Mclaughlin de gedoodverfde wereldkampioene is, neemt de nuchtere Amersfoortse ter kennisgeving aan. Vlak ook Dalilah Muhammad en Shamier Little (de nummers 3 en 5 op de eeuwige ranglijst op de 400 horden) niet uit, zei ze.

Bol houdt zich vast aan die ene wijsheid als een koe. “Je hebt niets tot je in de finale staat en daar vervolgens over de finish bent gekomen.”

Verspilde energie

Tot ze weet wat McLaughlin werkelijk plan is tijdens de Olympische Spelen van Parijs, wel of geen dubbel op de 400 horden en 400 vlak, probeert ze zo min mogelijk mee te krijgen van wat de grillige Amerikaanse doet en zegt. “Het enige dat het me oplevert als ik haar volg, is het verspillen van energie.”

“Atletiek is een sport waarin je je alleen op jezelf moet focussen. Ik moet zorgen dat mijn achterstand op McLaughlin volgend jaar kleiner wordt. Maar ook dat is geen garantie voor succes. Want voor hetzelfde geld loopt ze in Parijs een 49’er. Je weet het nu eenmaal nooit met haar.”

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here