‘Rare snuiter’ Dick Fosbury (1947-2023) zette het hoogspringen op zijn kop

0
17

NOS Sport

De schaarsprong werkte al aardig. De rolsprong nog beter. Maar toen vloog Dick Fosbury rugwaarts en met hoofd en schouders eerst over de lat. Die onorthodoxe manier van springen zette het hoogspringen in de jaren zestig op zijn kop en maakte Fosbury wereldberoemd.

Met zijn destijds ongebruikelijke techniek veroverde Fosbury op de Spelen van 1968 in Mexico olympisch goud, nadat hij over een hoogte van 2,24 meter was gevlogen. De Amerikaan, wiens naam tot in de eeuwigheid verbonden is aan de Fosbury Flop, overleed zondag op 76-jarige leeftijd.

Jarenlang was de schaarsprong – ook wel Schotse sprong – het populairst onder de hoogspringers. Een techniek die in de gymzaal op de basisschool welbekend is: zijwaarts over de lat en een landing op de voeten. Al snel merkten topatleten dat zij met een rolsprong, waarbij zij zich met de buik en gezicht naar beneden over de lat heen krulden, net wat hoger kwamen.

Iedereen gebruikte in die tijd de buikrol. Ik was simpelweg een beetje de oddball.

Dick Fosbury

Die ‘buikrol’ maakte een veilige landing op de voeten niet eenvoudig. Een probleem dat werd opgelost doordat men een dikke mat in de landingszone neerlegde. Een pijnloze landing op de rug behoorde plots tot de mogelijkheden en het plaveide de weg voor de Fosbury-sprong.

‘Fosbury flops over bar’

Als scholier was Fosbury bepaald geen hoogspringtalent. Rolspringend kwam hij maar moeizaam over de anderhalve meter en dus greep de Amerikaan voor het gemak terug naar de schaarsprong. Maar toen hij op een dag als 16-jarige met hoofd en schouders eerst over de lat suisde en op zijn rug landde, merkte hij dat die techniek hem beter lag.

“Ik had intuïtief het gevoel dat als ik mijn heupen omhoog bracht, ik ruimer over de lat zou gaan. Ik duwde mijn heupen omhoog, mijn schouders trokken naar achteren en ik zette een persoonlijk record neer. In plaats van zittend over de lat, ging ik liggend eroverheen.”

In 1964 verscheen in een lokale krant een foto van de springende Fosbury, met als onderschrift ‘Fosbury flops over bar’. De Fosbury Flop was geboren.

Hoofd eerst en vlak over de lat: ‘Fosbury Flop’ uitgelegd door Dick Fosbury

Langzaamaan perfectioneerde Fosbury de al in 1912 door zijn landgenoot Clinton Larson uitgevonden, maar tot dan toe weinig toegepaste techniek. De aanloop kon beter schuin en in een boog, om meer snelheid te maken, merkte Fosbury. Ook de afstand tot de lat op het moment van afzetten bleek van belang.

‘Oddball’

Het slijpen aan de sprongtechniek bracht de 21-jarige Fosbury op de Olympische Spelen van ’68 in Mexico het goud. “Iedereen gebruikte in die tijd de buikrol. Ik was simpelweg een beetje de oddball.”

De ‘rare snuiter’ revolutioneerde het hoogspringen. Vier jaar later, op de Spelen van 1972 in München, sprongen 28 van de 40 deelnemers met de floptechniek. Tegenwoordig kan geen atleet meer zonder.

Dick Fosbury werd in 1968 olympisch kampioen in Mexico

In 1972 sprong Fosbury zelf al niet meer mee. Snel na zijn olympisch goud in Mexico stopte de Amerikaan met hoogspringen en stortte hij zich op zijn studie civiele techniek, waarin hij in het jaar van de Spelen van München afstudeerde aan de universiteit van Oregon, ten zuiden van zijn geboortestad Portland.

Sinds 1977 woonde Fosbury in Idaho, waar hij mede-eigenaar was van een ingenieursbedrijf. Fosbury bleef na zijn hoogspringpensioen betrokken bij de sport, door het geven van clinics en trainingen in de Verenigde Staten en daarbuiten. In 1981 trad hij toe tot de Amerikaanse Track and Field Hall of Fame.

In maart 2008 constateerden dokters voor het eerst lymfeklierkanker bij de olympisch kampioen. De kwaadaardige cellen verdwenen en in 2014 zei Fosbury dat hij kankervrij was. Maandag plaatste zijn voormalig manager op sociale media een bericht waarin hij meldde dat Fosbury na een terugkeer van de ziekte na een kort ziekbed was overleden.

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here