In twee Brabantse dorpen is een bittere oorlog uitgebroken over de plannen om vijftig vluchtelingen in het gebied op te vangen. Hun huizen worden vernield door anti-immigratieactivisten.
Slogans met woorden als teef (teef) en hoer (hoer) waren gekrabbeld op de muren en ramen van huizen in Bokhoven en Engelen, vlakbij Den Bosch, waar de plannen van de gemeente het middelpunt waren van verhitte protesten en rellen.
Eén echtpaar, die hun namen Rob en Ingrid noemden, zei tegen Omroep Brabant dat ze geen regelrechte voorstanders van het plan waren, maar hadden opgeroepen tot een open debat over de implicaties.
“We begrijpen dat mensen in De Vutter (de locatie van het voorgestelde onderkomen) reële zorgen hebben”, aldus Rob.
Hij beschuldigde tegenstanders van het plan om de discussie door middel van intimidatie en geweld te proberen stil te leggen. “Een paar maanden geleden riep Ingrid onze dorpskrant op om als dorp samen te staan en de zaken goed te organiseren”, zegt hij.
“Die open benadering heeft ertoe geleid dat de media en anderen ons aan de kant van de daadwerkelijke supporters hebben gezet en dat onze naam door extreme tegenstanders is verspreid.”
Het verspreiden van de wet
De gemeente maakte in april bekend dat ze vijftig jongens en meisjes tussen de 15 en 18 jaar oud op een industrieterrein in het gebied wilde huisvesten, om te voldoen aan haar verplichtingen op grond van de zogenoemde ‘spreidingswet’, die gemeenten verplicht om de verantwoordelijkheid te delen voor de opvang van asielzoekers.
Demonstraties die buiten gemeenschapsbijeenkomsten werden gehouden, ontaardden in rellen, waarbij stenen werden gegooid en vuurwerk werd afgestoken.
De politie in oproeruitrusting met honden ruimde een groep van honderd demonstranten op, van wie sommigen probeerden de snelweg A59 te blokkeren, en arresteerde twee mensen tijdens twee nachten van geweld.
In mei kondigde de raad aan dat het besluit werd uitgesteld, zodat er meer informatiesessies voor de gemeenschap konden worden gehouden. Twee dagen later beschadigde een explosie het gebouw waar de vluchtelingen zouden worden vastgehouden.
Rob zei dat uit camerabeelden duidelijk bleek dat de aanvallen op zijn huis waren gepleegd door een groep jongeren.
“Als de politie de jongeren heeft gepakt, willen we graag met ze praten”, zei hij. “Ze hebben waarschijnlijk geen idee welke emotionele invloed het op je heeft als je dit meemaakt.”
Syriërs vielen aan
Bij een afzonderlijk incident zei de politie in Geesteren dat een familie asielzoekers uit Syrië meerdere keren het doelwit was van vandalen en dat hun auto in brand was gestoken nadat ze eerder dit jaar naar het dorp waren verhuisd.
Het gezin, waarvan de kinderen zes, drie en één jaar oud zijn, kreeg het huis toegewezen nadat het een vaste status had gekregen, vier jaar nadat ze voor het eerst in Nederland waren aangekomen.
Ramen in het pand zijn sinds maart drie keer ingegooid en zondagavond werd hun auto in brand gestoken. De politie beschouwt het incident als brandstichting, maar zegt dat de lokale bevolking te graag met informatie naar voren komt.
Gemeenschapsstilte
“De angst zorgt ervoor dat mensen niet met ons durven te praten”, zegt lokale politiewoordvoerster Chantal Westerhoff tegen de NOS. “Wat ik daarmee bedoel is dat we op dit moment geen tips hebben of aanwijzingen wie dit heeft veroorzaakt.”
Burgemeester van Tubbergen, Anko Postma, waartoe ook Geesteren behoort, zei dat er extra bescherming voor het gezin wordt geregeld.
“Dit moet een grote impact hebben op een gezin, net nu ze hier een nieuw leven proberen op te bouwen”, zei hij. “Wij hebben contact met hen en kijken welke ondersteuning zij nodig hebben.”
De vader, Al Arab, vertelde de NOS dat hij overwoog het dorp te verlaten, omdat hij bang was dat zijn gezin een last zou worden. “Misschien is het beter als we gaan. Onze dierbare buren worden bang”, zei hij.
