Na jaren van debat treedt vrijdag het Europese migratiepact in werking. Wat betekent het voor vluchtelingen, Nederland en daarbuiten?
Wat verandert er in Nederland?
In het EU-migratiepact staat dat alle asielaanvragen binnen zes maanden moeten worden afgehandeld, terwijl het huidige gemiddelde in Nederland twee jaar bedraagt.
De immigratiedienst IND heeft inmiddels de procedure vereenvoudigd en gezegd zich eerst op nieuwe aanvragen te gaan richten. Dat betekent dat mensen die al in het systeem zitten – ruim 54.000 van hen – langer zullen moeten wachten voordat hun zaak wordt beoordeeld. De regering heeft een termijn van drie jaar vastgesteld voor het afronden van hun zaken.
Critici verwachten dat het nieuwe systeem tot meer rechtszaken zal leiden. Bovendien waarschuwen zij dat het Nederlandse besluit om een systeem met twee niveaus in te voeren – dat voor het eerst naar voren werd gebracht door de vorige regering – ook juridische beroepen zal stimuleren. Het tweeledige systeem maakt onderscheid tussen vluchtelingen die een beroep doen op de vluchtelingenstatus omdat ze te maken krijgen met vervolging in hun thuisland, en mensen die op de vlucht zijn voor oorlog.
Wat betekent het pact voor Ter Apel?
Ter Apel in de provincie Groningen is de eerste aanloophaven voor alle nieuwe asielzoekers in Nederland en kampt al jaren met overbevolking.
In theorie zou het nieuwe systeem ertoe moeten leiden dat er minder vluchtelingen in Ter Apel aankomen, omdat zij eerst aan de EU-grenzen worden beoordeeld, zoals bij Griekenland en Italië. Hoewel Schiphol als ‘grens’ van de EU wordt beschouwd, arriveren relatief weinig asielzoekers met het vliegtuig.
Als asielzoekers zich wel in Nederland om hulp melden, maar in een ander EU-land in Europa zijn aangekomen, kunnen zij ter beoordeling naar dat land worden teruggestuurd. Deze verordening is al van toepassing, maar de zuidelijke EU-landen zijn terughoudend om terugkeerders op te nemen. Het nieuwe pact versterkt de vereiste van de Dublinregels.
In ruil daarvoor hebben andere EU-landen beloofd de zuidelijke landen te helpen met geld of door vluchtelingen op te nemen – in totaal 30.000 dit jaar. Nederland heeft aangegeven financiële steun te zullen verlenen en deze wordt berekend op basis van het bbp en de omvang van de lokale bevolking.
Deskundigen suggereren dat dit deel van het pact – de onwil van de meeste EU-landen om vluchtelingen op te nemen – het meest kwetsbare deel van de regelgeving is.
Wat verandert er voor asielzoekers?
Asielzoekers zullen een eerste zeven dagen durende “robuuste” screening aan de grens ondergaan en hun gegevens zullen worden opgeslagen in de Eurodac-database van de EU. Die screening zal beslissen of ze door kunnen gaan met hun verzoek of niet. Degenen van wie het onwaarschijnlijk wordt geacht dat zij asiel zullen krijgen, zullen een versnelde procedure van twaalf weken doorlopen. Als ze geen goedkeuring krijgen, moeten ze naar huis terugkeren.
Dit wordt echter als een andere zwakke schakel in de procedure beschouwd, omdat veel landen weigeren mee te werken aan het terugnemen van hun onderdanen. Later dit jaar streeft de EU ernaar om ‘terugkeerhubs’ buiten de EU te introduceren waar afgewezen asielzoekers naartoe worden gestuurd als ze niet terug kunnen of weigeren.

Over hoeveel vluchtelingen hebben we het?
In totaal hebben vorig jaar 24.100 mensen de vluchtelingenstatus aangevraagd in Nederland, 8.000 minder dan in 2024, aldus het CBS in januari.
Tegelijkertijd kwamen echter 16.500 familieleden zich bij familieleden in het land voegen, een stijging van 39% ten opzichte van het voorgaande jaar en het hoogste aantal sinds 2013, toen deze cijfers voor het eerst door het CBS werden geregistreerd.
Vorig jaar vroegen 669.365 asielzoekers om internationale bescherming in de EU-landen, een daling van 27% vergeleken met 2024.
IND-chef Rhodia Maas zei deze week dat het migratiepact “geen garantie” is dat er minder vluchtelingen naar Nederland zullen komen.
Zal het pact een einde maken aan het tekort aan bedden voor vluchtelingen in NL?
Vluchtelingennederzettingsbureau COA moet dit jaar 103.000 bedden beschikbaar stellen voor vluchtelingen in Nederland. Er zijn ongeveer 80.000 bedden toegewezen, waardoor er een tekort van 23.000 overblijft. De groei van het aantal lokale vluchtelingencentra is gestagneerd na ruim een jaar van vaak gewelddadige protesten.
Volgens documenten die het COA eerder dit jaar heeft verstrekt, hebben 100 van de 342 gemeenten in Nederland nog steeds geen bedden ter beschikking gesteld, ook al verplicht de wetgeving iedere stad en dorp om zijn steentje bij te dragen.
Momenteel hebben ongeveer 19.000 van de 84.000 vluchtelingen die in officiële asielcentra in Nederland wonen – permanent of in nood – een verblijfsvergunning gekregen en wachten ze op hun verhuizing naar een gewone woning.
Door de huisvestingscrisis en het tekort aan door de gemeente verstrekte huisvesting zitten ze echter in het ongewisse.
