Inspanningen om de Nederlandse waterwegen schoon te maken worden belemmerd door een gebrek aan toezicht door het ministerie van Infrastructuur, waarschuwen accountants.
Slechts drie van de vijftien industriële chemicaliën die in waterwegen worden gemeten, liggen onder de overeengekomen maximumniveaus, terwijl de algehele waterkwaliteit de afgelopen twaalf jaar nauwelijks is verbeterd.
De Algemene Rekenkamer zegt in een rapport dat het “onwaarschijnlijk” is dat Nederland eind volgend jaar aan de Europese normen voor chemische en ecologische kwaliteit zal voldoen.
De Europese Commissie zei vorige maand dat de kwaliteit van het water in de Nederlandse kanalen, meren en reservoirs in het huidige tempo pas in 2027 het ‘goede’ niveau zou bereiken, zoals gedefinieerd door de EU-regels.
Op dit moment is geen van de 745 door de EU gemonitorde oppervlaktewaterlichamen geclassificeerd als van goede kwaliteit, ruim een kwart (26%) is slecht en 9% verkeert in slechte staat.
Volgens de rekenkamer ontbrak Rijkswaterstaat aan de middelen om de gehalten aan chemicaliën adequaat te monitoren. “Om te weten welke bedrijven nikkel lozen, op welke locaties en in welke hoeveelheden moet Rijkswaterstaat honderden vergunningen handmatig doornemen”, aldus het rapport.
Weinig vooruitgang
Het voegde eraan toe dat er “nauwelijks vooruitgang” was geboekt bij de meeste van de 61 controlepunten waar Rijkswaterstaat de niveaus van 122 verontreinigende stoffen meet, zoals PAK-chemicaliën die vrijkomen door verbrandingsovens, lood, kwik en dioxines.
Van de vijftien gemeten industriële chemicaliën lagen alleen lood, cadmium en trichloorbenzeen onder de aanvaardbare niveaus, terwijl het kwikniveau “zorgwekkend” was, omdat het bij de meeste controlepunten de Europese normen overschreed.
Het agentschap zou elke vier tot acht jaar nieuwe vergunningen moeten afgeven aan bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de vervuiling, maar in een aantal gevallen is het papierwerk verouderd. Accountants zeiden ook dat het onduidelijk was welke controles er precies werden uitgevoerd.
Voormalig minister van Infrastructuur Robert Tieman betwistte dat het toezicht ontoereikend was, maar accepteerde wel dat Rijkswaterstaat te maken had met een achterstand bij het heruitgeven van vergunningen.
De minister van boerenpartij BBB zei dat er later dit jaar een nieuw informatiesysteem wordt geïntroduceerd en dat Rijkswaterstaat een goed overzicht heeft van de chemische lozingen.
Maar Barbara Joziasse, vice-president van de Algemene Rekenkamer, merkte op: “Op papier ziet het er misschien zo uit. Papier is geduldig. Maar het vermindert de aanwezigheid van gevaarlijke chemicaliën niet.”












