Rijke mensen in Nederland worden alleen maar rijker. Het Nederlandse belastingstelsel slaagt er niet in de economische verschillen tussen huishoudens aan te pakken en in sommige gevallen vergroten de Nederlandse belastingen zelfs de kloof tussen arm en rijk, aldus het Bureau voor Economische Beleidsanalyse (CPB) woensdag in een rapport.
Tussen 2011 en 2019 is het inkomen van de rijkste 0,01 procent van de huishoudens met ruim 70 procent gestegen, terwijl vrijwel alle anderen hun inkomen met 4 tot 8 procent zagen stijgen. In diezelfde periode steeg het inkomensaandeel van de 1 procent rijkste huishoudens van Nederland van 12 naar 15 procent.
Het CPB waarschuwt dat de steeds groter wordende kloof de gelijkheid van kansen steeds meer onder druk zet. De kansen, het inkomen en het vermogen van kinderen worden steeds meer bepaald door het gezin waarin ze worden geboren. “Als kansen steeds meer worden bepaald door waar je geboren wordt, is dat schadelijk voor de welvaart”, waarschuwt het CPB. Een deel van de samenleving heeft te weinig mogelijkheden om hun volledige potentieel te verwezenlijken, en het risico van economische machtsconcentratie neemt toe. Wanneer dat gebeurt, “kan politieke invloed worden gebruikt om gevestigde belangen te dienen in plaats van om de brede welvaart te stimuleren.”
Op papier lijkt het Nederlandse belastingstelsel deze verschillen aan te pakken. De hoogste verdieners betalen in theorie de meeste belasting. Maar in de praktijk betalen de hoogste verdieners aanzienlijk minder belasting dan de inkomensgroep eronder, omdat de rijkste mensen meer mogelijkheden hebben om hun belastingdruk te verlagen.
Sommige belastingen kunnen bijvoorbeeld voor een lange periode worden uitgesteld, en de belastingregels staan rijken toe meer te verdienen met hun bezittingen. Op papier wordt de concentratie van rijkdom aan de top bijvoorbeeld afgeremd door successie- en schenkingsrechten. Maar in de praktijk worden deze weinig belast omdat een groot deel van de erfenissen en schenkingen binnen de belastingvrijstellingen valt.
Ook waarschuwde het CPB dat belastingregelingen zoals pensioenuitkeringen en de hypotheekrenteaftrek voor verschillen in belastingdruk binnen de middenklasse zorgen. Hierdoor hebben huishoudens met een vergelijkbaar bruto inkomen grote verschillen in netto inkomen. Zo hebben huiseigenaren meer te besteden dan huurders met hetzelfde bruto inkomen, omdat huiseigenaren dankzij de hypotheekrenteaftrek een deel van hun woonlasten, de rente die zij betalen over hun hypotheek, kunnen aftrekken.
“Aanpassingen zijn nodig om te voorkomen dat het belastingstelsel verder bijdraagt aan de toename van de economische ongelijkheid en daarmee de economische welvaart ondermijnt”, aldus het CPB.
Deskundigen pleiten al jaren voor het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek, al beloofde het huidige kabinet op aandringen van de VVD deze ongewijzigd te laten. Ook heeft het kabinet moeite met de hervorming van het vermogensbelastingstelsel in Box 3.
Hoeveel ongelijkheid acceptabel is en in welke mate het belastingstelsel welvaart herverdeelt, zijn volgens het CPB kwesties waarover regering en parlement moeten beslissen. Maar het voegt eraan toe: “Door het afschaffen van deze regelingen en het verminderen van onnodige uitstel- en arbitragemogelijkheden ontstaat er een efficiënter systeem en, indien gewenst, een gelijkere verdeling.”
“Het vrijgekomen geld kan ingezet worden om de focus te leggen op het ondersteunen van minder bevoorrechte gezinnen, zodat zij hun talenten alsnog kunnen ontwikkelen. Dit komt uiteindelijk de algehele welvaart ten goede.”











