Burgemeester Femke Halsema van Amsterdam heeft de Nederlandse regering opgeroepen om officieel haar excuses aan te bieden aan voormalige Molukse koloniale soldaten en hun families, 75 jaar na de dag nadat het eerste schip dat hen vervoerde in Nederland arriveerde.

Halsema zei tijdens een herdenking op de Javakade in het oostelijk havengebied van Amsterdam, waar begin jaren vijftig een vloot schepen met ongeveer 12.500 mensen van de Molukse eilanden in Indonesië arriveerde, en zei dat Nederland “nog steeds een schuld heeft te vereffenen en zich moet verontschuldigen”.

De Molukse mannen waren beroepsmilitairen die voor het Nederlandse koloniale leger, het KNIL, hadden gevochten in de oorlog van 1945-1949 tegen de Indonesische onafhankelijkheid. Nadat de Nederlanders waren verslagen, werden de Molukkers gezien als collaborateurs en konden ze niet veilig naar huis terugkeren; de kortstondige Republiek der Zuid-Molukken waarnaar ze hoopten terug te keren, werd in 1950 door Jakarta verpletterd.

Onafhankelijkheidsstrijd

De Nederlandse regering bracht de militairen en hun gezinnen ter bescherming naar Nederland, met dien verstande dat het verblijf zes maanden zou duren. Maar bij aankomst werden de mannen op staande voet uit het leger ontslagen en werden hun gezinnen ondergebracht in voormalige militaire kazernes en oorlogskampen. De meesten zijn er nooit in geslaagd terug te keren.

“Nederland blijft voor veel Molukkers een ongewenste tussenstop op weg naar huis”, aldus Halsema. “Of het nu in de opvangkampen is of later in de Molukse wijken, er staat altijd een gevulde reiskist klaar voor de terugreis”.

Ze zei dat de onvervulde belofte van terugkeer opeenvolgende generaties had gevormd, “met als tragisch dieptepunt de escalatie van de jaren zeventig” – een verwijzing naar de treinkapingen in Wijster en 1977 De Punt in 1975 en de belegering van een basisschool in Bovensmilde, uitgevoerd door jonge Molukkers die Nederlandse actie eisten voor een onafhankelijke Molukse staat.

Te weinig, te laat?

Een verontschuldiging van de overheid zou een “betekenisvol gebaar” zijn, zei Halsema, “zeker nu de Molukkers van de eerste generatie nog onder ons zijn en deze kunnen ontvangen”. Wijlen oud-premier Dries van Agt, die als minister van Justitie in 1977 opdracht gaf tot de militaire aanval die een einde maakte aan de kaping van De Punt, had er bij de koning persoonlijk op aangedrongen om voor zijn dood zijn excuses aan te bieden aan de Molukse gemeenschap.

Aan de Javakade is woensdag een tijdelijk monument onthuld met de namen van de elf schepen die Molukkers naar Nederland brachten. Eerder op de dag werd op de nabijgelegen marinebasis een apart monument onthuld voor 14 Molukse mariniers die na de ontbinding van het KNIL bij de Nederlandse marine bleven.

Voor sommige Molukkers komt de roep om excuses echter te laat. “Juist omdat het niet van de grond komt en zo lang duurt, heb ik het gevoel: laat het dan maar los”, zegt een Molukse nazaat tegen de NOS. “We zullen er alleen op andere manieren voor zorgen dat we onszelf herkennen”.

Share.
© 2026 Nederlandkeer. Alle rechten voorbehouden.
Exit mobile version