De prijs voor een bestaande koopwoning is afgelopen maand iets meer gestegen dan de maand ervoor, meldt het CBS op basis van cijfers van het Kadaster. Een bestaande koopwoning was in mei gemiddeld 4,4 procent duurder dan een jaar eerder. In april stegen de huizenprijzen met 4,3 procent vergeleken met dezelfde maand in 2025.
Gemiddeld kostte een bestaande eigen woning afgelopen maand € 487.383. Dat is 0,6 procent hoger dan in april.
De voorgaande maanden vlakte de prijsstijging af. Volgens CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen is deze kleine trendbreuk lastig te verklaren. “We zien al geruime tijd dat de huizenprijzen een stijgende lijn vertonen”, zegt hij. En er zijn tekenen van verdere prijsstijgingen. “De inkomens zijn aanzienlijk gestegen en mensen hebben nog steeds veel spaargeld tot hun beschikking, dus zelfs als de rente hoog is, kunnen mensen nog steeds een hypotheek betalen.”
De afgelopen maanden is de prijsstijging afgenomen doordat beleggers op grote schaal huurwoningen verkopen, mede door strengere regelgeving op de huurmarkt. Daardoor nam het aanbod van koopwoningen toe.
Van Mulligen denkt dat de grootste uitverkoopgolf voorbij is, maar deze vindt nog steeds plaats. Volgens hem is het moeilijk te zeggen welke invloed dit zal hebben op de huizenprijzen.
De huizenprijzen stegen fors tot de zomer van 2022. Daarna was er enige tijd sprake van een daling. Vanaf juni 2023 keerde de trend weer en begonnen de huizenprijzen opnieuw te stijgen. In mei van dit jaar lagen de gemiddelde prijzen 16,6 procent hoger dan tijdens de piek in 2022.
Het Kadaster registreerde in mei 2,5 procent minder transacties dan in dezelfde periode een jaar eerder. In totaal zijn er de afgelopen maand 19.120 koopwoningen van eigenaar gewisseld. In de eerste vijf maanden van dit jaar registreerde het Kadaster 94.523 woningverkopen; dat is 5 procent meer dan vorig jaar.
