Patiënten die ernstige ongelukken overleven, worden geconfronteerd met langdurige uitdagingen die verder gaan dan lichamelijk herstel, aldus Mariska de Jongh, nieuw benoemd hoogleraar Acute Zorg vanuit Patiëntperspectief aan de Universiteit van Tilburg, meldt AD.
De Jongh, die al twintig jaar traumapatiënten bestudeert, zegt dat ongeveer de helft van de overlevenden nog steeds problemen ervaart en dat de meesten nooit meer terugkeren naar het niveau van functioneren van vóór het ongeval.
In ziekenhuizen is de traumazorg zeer gestructureerd. Hulpverleners en chirurgen volgen strikte protocollen. Maar zodra patiënten naar huis terugkeren, worden ze vaak geconfronteerd met praktische en psychologische uitdagingen. “Patiënten hebben vaak een slecht idee van wat ze daarna kunnen verwachten”, zegt De Jongh tegen de krant.
De huidige ziekenhuisevaluaties zijn gebaseerd op standaardvragenlijsten, zoals pijnschalen of mobiliteitstests. De Jongh zei dat deze maatregelen geen rekening houden met de individuele levensstijl, hobby’s of werkvereisten, wat de herstel- en revalidatieresultaten aanzienlijk kan beïnvloeden. “Voor veel mensen is een ongeval een ingrijpende gebeurtenis in hun leven, misschien wel een keer in hun leven. Onze medische zeepbel herkent dat niet altijd”, zei ze.
De Jongh pleit voor vroege patiëntgerichte communicatie in ziekenhuizen. Verpleegkundigen moeten vragen stellen over werk, gezin en hobby’s, en digitale hulpmiddelen kunnen de persoonlijke begeleiding aanvullen. Ze roept ook op tot sterkere coördinatie met de gemeenschapszorg, sociale diensten en fysiotherapeuten.
Zij pleit ervoor dat fysiotherapie terugkeert naar het basispakket. “Op de korte termijn kost het meer, maar als je sneller herstelt, kun je eerder weer aan het werk, wat uiteindelijk geld bespaart”, zegt ze.












