De Nederlandse economie groeide in de eerste drie maanden van 2026 met een bescheiden 0,1 procent, meldt het CBS donderdag. De groei vertraagde ten opzichte van 0,4 procent in het voorgaande kwartaal. Het afgelopen jaar groeide de economie met 1,2 procent.
De gezinsbestedingen bleven stabiel. Gezinnen kochten meer voedsel en kleding, maar gaven minder uit aan transport, benzine en diesel. Ook de arbeidsmarkt veerde lichtjes op. Werkgevers voegden netto 2.000 banen toe, voornamelijk in de zakelijke en publieke dienstverlening, waaronder 1.000 nieuwe banen in de accommodatie- en horecasector.
Er werden echter banen geschrapt in de handel, het transport, de huisvesting en de uitzendbureaus. De werkloosheid steeg met 3.000 mensen, terwijl de vacatures met 6.000 daalden. In de meeste sectoren bleven de vacatures ongeveer hetzelfde als eind vorig jaar, maar daalden ze met 2.000 per stuk in de publieke sector en de zakelijke dienstverlening.
“De krapte op de arbeidsmarkt is daardoor iets afgenomen”, aldus het CBS. Er zijn nu 91 vacatures per 100 werklozen.
Investeringen en overheidsuitgaven zorgden voor het grootste deel van de economische groei. De zwakkere export hield dit tegen. Veranderingen in de bedrijfsvoorraden hielpen ook.
De bedrijfsinvesteringen stegen met 0,7 procent, vooral in vliegtuigen en machines. De overheidsconsumptie steeg met 0,5 procent, waarbij meer geld werd uitgegeven aan gezondheidszorg en overheidslonen.
De export daalde met 0,6 procent. De goederenexport daalde met 1,2 procent, omdat fabrieken minder machines en transportmiddelen verscheepten. De dienstenexport steeg met 0,8 procent. De import veranderde niet, waardoor de handelsbalans de groei schaadde.
De financiële dienstverlening groeide het snelst, met een toegevoegde waarde van 2,1 procent. De publieke sector (inclusief onderwijs en zorg) steeg 0,6 procent. Deze twee gebieden gaven de grootste impuls aan de economie. De productie daalde met 1,8 procent en de zakelijke dienstverlening met 0,4 procent – de grootste rem op de groei. Andere sectoren lieten kleinere veranderingen zien.
