Door de huizencrisis is er in Nederland een hele nieuwe en groeiende groep daklozen ontstaan: de economisch daklozen. Deze groep bestaat uit mensen die een betaalde baan hebben, maar op straat belanden omdat ze simpelweg geen woonruimte kunnen vinden, meldt EenVandaag.

Speciaal voor deze groep heeft Marcel van de Ven de Stichting Binnenslapers in Rotterdam opgericht. “Het is eigenlijk een compleet nieuwe doelgroep”, zegt hij tegen EenVandaag. “Door het enorme woningtekort zie je steeds meer mensen die bijvoorbeeld door een scheiding of het aflopen van een tijdelijk huurcontract geen woning kunnen vinden en daardoor op straat belanden.”

Deze groep is groot en groeit, aldus Van de Ven. “Ik durf te zeggen dat we alleen al in Rotterdam 8.000 tot 9.000 economisch daklozen hebben.”

“Veel mensen associëren dakloosheid vaak met mensen die blikjes uit afvalcontainers halen, die verslaafd zijn aan alcohol of drugs en die ernstige geestelijke gezondheidsproblemen hebben. Maar dit zijn gewoon mensen zoals jij en ik”, vertelde Van de Ven aan EenVandaag. “Mensen die werken, hun leven op orde hebben en eigenlijk een normaal bestaan ​​leiden. Totdat de bom valt en ze geen huis meer hebben.”

Deze groep daklozen is grotendeels onzichtbaar omdat ze geen hulp krijgen van de gemeente, aldus Van de Ven. Ze hebben een baan, een inkomen en vaak een sociaal netwerk. “Dus dan krijgt iemand het label van zelfredzaamheid, en daarmee is het afgelopen.”

Maar volgens Van de Ven moeten gemeenten hulp gaan bieden aan economisch daklozen, ook als ze alles op orde lijken te hebben. “Als je twee weken dakloos bent, stopt je hoofd met werken. Dan ben je puur aan het overleven en wordt je leven één grote puinhoop”, zei hij. Mensen kunnen heel snel achteruitgaan. “En dan komen er ineens alcohol of drugs om de hoek kijken met alle gevolgen van dien.”

EenVandaag sprak een man die geholpen werd door Stichting Binnenslapers. De man, die sprak onder het pseudoniem Jaap, werd samen met zijn 5-jarige zoontje dakloos nadat hij gescheiden was van zijn vrouw.

“Ik heb een baan; ik breng de kleine naar school. Maar ik wil echt niet dat mensen op het schoolplein naar mij staren”, legt hij uit waarom hij zijn verhaal liever anoniem vertelt. Hij gelooft dat mensen anders naar hem zouden kijken als ze wisten dat hij dakloos was. “Ook al kan ik er echt niets aan doen.”

In eerste instantie brachten Jaap en zijn zoon de nacht door op de banken van vrienden. Vervolgens zijn ze tijdelijk bij de moeder van Jaap ingetrokken, maar dat kon niet lang duren omdat zij in een seniorenwoning woont. “Ik mocht daar dus niet wonen, zeker niet met een kind.”

Toen de opties op waren, sliepen Jaap en zijn 5-jarige in zijn auto, ver weg van de stad geparkeerd. Het raakt Jaap diep als hij terugdenkt aan die periode. “Ik was vooral boos en verdrietig; ik kreeg er een heel slecht gevoel van over mezelf”, vertelde hij aan EenVandaag. “Je denkt dat je alles goed doet, en dan gebeurt dit. Ik wil gewoon het beste voor mijn zoontje.”

Jaap werd door de gemeente afgewezen omdat hij ‘zelfredzaam’ was. Dat voelde heel oneerlijk, zei hij. “Ik dacht wel eens: misschien moet ik mijn baan opzeggen, dan zou ik hulp zoeken”, zegt hij. “Als ik uitkeringen ga innen en de slachtofferrol speel, dan is de overheid er ineens.”

Jaap vond uiteindelijk de weg naar Stichting Binnenslapers, die hem en zijn zoon voor drie maanden een kamer in het ‘transient hotel’ gaf, samen met een maatje om hem te helpen andere woonruimte te vinden. Dankzij een stichting heeft hij een huis in zicht, vertelt Jaap. “Ik ben heel blij dat ik weer een soort perspectief heb.”

Hij probeert zijn zoon vooral af te leiden van hun situatie. “Ik vertel hem dat we in een hotel zitten en dat het een soort vakantie is. Ik denk dat hij nog wat jong is om te beseffen wat er aan de hand is. Gelukkig wel in zekere zin.”

Share.
© 2026 Nederlandkeer. Alle rechten voorbehouden.
Exit mobile version