De gemeente Groningen heeft laten weten geen tijdelijk onderdak meer te kunnen bieden aan de ruim honderd asielzoekers die vanwege een tekort aan bedden buiten het hoofdopvangcentrum in Ter Apel moesten slapen.
Tot 140 vluchtelingen hebben de afgelopen drie nachten onder toezicht van het Rode Kruis in congrescentrum Hanze Plaza doorgebracht, maar de gemeente zegt samen met het ministerie van Asiel te zoeken naar een langetermijnoplossing.
“Het is inhumaan om mensen die op de vlucht zijn buiten te laten slapen en schandalig dat geen enkele andere gemeente tot nu toe de hand heeft opgestoken om adequate huisvesting te regelen”, zegt wethouder Asiel Manouska Molema.
Maar ze zei tegen het lokale radiostation Radio Noord dat de gemeente zonder een definitieve oplossing met het ministerie niet over de faciliteiten beschikt om de overstort uit Ter Apel op te vangen.
“Gisteren werd duidelijk dat we niet genoeg capaciteit hebben voor mensen die nachtelijk onderdak nodig hebben”, aldus Molema. “We hebben toen gezegd: we verlengen het nog een nacht en zijn bereid om gatenvullende maatregelen te nemen als er enig perspectief is. Maar als dat niet zo is, stoppen we.”
Momenteel overnachten ruim 2.300 mensen in Ter Apel, dat een limiet heeft van 2.000 bedden, het hoogste aantal in twee jaar.
Kampeerbedden
Het COA voor vluchtelingenhuisvesting moet een boete van € 50.000 betalen voor elke nacht dat het zijn capaciteit overschrijdt, nadat de gemeente Westerwolde een gerechtelijk bevel had aangevraagd om te proberen de aantallen terug te dringen.
Het COA is vorige week begonnen met het afwijzen van een aantal asielzoekers, waarbij prioriteit wordt gegeven aan de meest kwetsbare vluchtelingen, zoals niet-begeleide kinderen.
Ook andere gemeenten, zoals Stadskanaal en Gieten, hebben tijdelijke onderkomens voor alleenstaande mannen aangeboden, vaak spartaanse voorzieningen zoals een veldbed in een sporthal.
Amsterdam stemde er ook mee in om 230 extra vluchtelingen op te nemen, maar sommige gemeenten hebben geweigerd om er ook maar één te huisvesten, ook al zijn ze op grond van de zogenaamde “spreidingswet” verplicht een evenredig deel ervan op te vangen.
Harm Goossens, algemeen directeur van het Rode Kruis in Nederland, noemt het “onbegrijpelijk” dat het land niet in staat is voldoende bedden te vinden voor vluchtelingen.
“We zijn bang dat als deze situatie voortduurt, we binnenkort vrouwen en kinderen op veldbedden zullen zien.” zei hij. “Kunnen we dit als land echt laten gebeuren?”
