Verdachten die werkloos zijn, laag opgeleid zijn of geen vaste woning hebben, krijgen in het Nederlandse rechtssysteem gemiddeld een zwaardere behandeling dan beter afgestelde verdachten die met vergelijkbare aanklachten te maken krijgen, zo blijkt uit twee nieuwe onderzoeken.
Volgens het onderzoekscentrum van het ministerie van Justitie, het WODC, wordt dit patroon minder bepaald door het feit dat rechters zwaardere straffen opleggen voor hetzelfde feit dan door de zaken die hen bereiken.
Verdachten in een sterkere positie worden vaker voortijdig en buitengerechtelijk berecht – via een boete, taakstraf of een last onder dwangsom – terwijl verdachten in een zwakkere positie vaker voor de rechter terechtkomen, waar de uitkomst zwaarder is en een blijvend record achterlaat.
Kleine beslissingen van politie, aanklagers en rechters, aldus de onderzoekers, stapelen zich op tot grote verschillen in de uiteindelijke straf.
Werk en opleiding wegen het zwaarst
In de onderzoeken werd gekeken naar opleiding, inkomen, werk en huisvesting van verdachten. Werk en opleiding waren het belangrijkst: degenen met een baan of kwalificaties kregen gemiddeld lichtere straffen dan degenen zonder. Over alle zaken heen, concludeert het WODC, levert dit structureel slechtere uitkomsten op voor verdachten in een zwakkere positie.
Migratieachtergrond speelde een kleinere rol dan sociaal-economische factoren – een accentverschuiving ten opzichte van het eerste rapport van het project een jaar geleden, waarin etnische selectiviteit centraal stond.
Maar het was nog niet verdwenen: verdachten van de tweede generatie werden nog steeds vaker voor de rechter gedaagd en kregen zwaardere straffen, zelfs nadat rekening was gehouden met sociaal-economische verschillen. Verdachten zonder vast adres kregen relatief vaak gevangenisstraf.
Geen bewijs van partijdigheid
Het WODC benadrukte dat de verschillen niet automatisch wijzen op opzettelijke discriminatie en dat het niet kan zeggen of er in individuele gevallen ten onrechte is beslist.
Het wees in plaats daarvan op de manier waarop beklaagden overkomen en zichzelf uitleggen in interviews en hoorzittingen, en op “mentale sluiproutes” zoals het koppelen van werkloosheid aan een hoger risico op recidive.
Politie, aanklagers en rechters hebben een ruime beoordelingsvrijheid en worden geconfronteerd met beperkte vereisten om hun keuzes te rechtvaardigen, aldus de onderzoekers, waardoor het moeilijk te begrijpen is waarom soortgelijke zaken anders worden behandeld. Ze noemden dit patroon sociaal-economische selectiviteit.
De onderzoeken werden uitgevoerd na parlementaire moties over de oververtegenwoordiging van mensen met een migratieachtergrond in misdaadcijfers en over mogelijke ‘klassenrechtvaardigheid’ – het idee dat het systeem mensen anders behandelt op basis van hun sociale status. De regering heeft gezegd dat zij voor het einde van het jaar zal reageren.
