Het vertrouwen van Nederlanders in de nationale politiek is vorig jaar gedaald naar het laagste niveau sinds 2012, meldt het CBS op basis van het onderzoek Sociale Cohesie en Welzijn. In 2025 had een vijfde van de mensen van 15 jaar en ouder vertrouwen in de politiek, terwijl een kwart vertrouwen had in de Tweede Kamer.
Ongeveer 7.600 mensen vulden de enquête in, die het CBS sinds 2012 uitvoert.
Tot 2020 steeg het Nederlandse vertrouwen in de politiek naar bijna 40 procent. Na het uitbreken van de coronapandemie in dat jaar daalde het vertrouwen elk jaar, met uitzondering van 2024. Vorig jaar vertrouwde 21,2 procent van de Nederlanders de politici in Den Haag.
Dezelfde trend is waar te nemen voor de Tweede Kamer. In 2020 stond ruim 50 procent van de Nederlanders positief tegenover het parlement. Vorig jaar was dat nog 24,6 procent.
Ondanks deze daling blijft het vertrouwen van Nederlanders in de politiek en het parlement relatief hoog vergeleken met andere Europese landen, aldus het CBS.
De jongste ondervraagde groep, tussen de 15 en 25 jaar, heeft het meeste vertrouwen in politieke instituties. Nederlanders van 65 tot 75 jaar hebben daarentegen het minste vertrouwen. CBS-socioloog Tanja Traag denkt dat dit te maken heeft met de politieke ervaring van deze groepen. “Jonge mensen hebben over het algemeen weinig politieke ervaring, waardoor ze moeite hebben om een mening te vormen. De oudere groep heeft daarentegen meer politieke tegenslagen ervaren, die hun beoordeling negatief beïnvloeden”, zei ze.
In tegenstelling tot het gebrek aan vertrouwen in de nationale politiek staan Nederlanders overwegend positief tegenover ambtenaren en de Europese Unie. Ongeveer de helft van de bevolking heeft vertrouwen in hen.
Het vertrouwen in gemeenteraden is sinds de eerste meting in 2022 ieder jaar toegenomen tot 55 procent in 2025. Het positieve oordeel van lokale bestuurders kan volgens Traag voortkomen uit het feit dat mensen hen kennen, en dat zij doorgaans lokaal relevante kwesties ter sprake brengen.
Het vertrouwen is het laagst in het noordoosten van het land. Gemiddeld had tussen 2016 en 2025 ongeveer een derde van de inwoners in dat deel van het land vertrouwen in politieke instituties. In de Randstad was dit 45 procent.
