Minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen en minister van Asiel Bart van den Brink zijn naar Damascus afgereisd om de Syrische president Ahmed al-Sharaa te ontmoeten, de voormalige jihadistische rebellenleider die na de val van Bashar al-Assad de heerser van het land werd.
Het was het hoogste diplomatieke bezoek aan Syrië sinds het Assad-regime eind 2024 instortte. De twee regeringen kwamen overeen een gezamenlijke commissie van functionarissen op te richten die zich zou gaan bezighouden met de wederopbouw, de economische ontwikkeling en de terugkeer van Syriërs uit Nederland.
Er zijn ongeveer 150.000 Syriërs in Nederland, de grootste vluchtelingengroep op zichzelf. Het kabinet zegt degenen te willen steunen die ervoor kiezen terug te gaan, en 1.440 zijn vrijwillig teruggekeerd sinds Assad viel, met een betaling van € 2.800 voor volwassenen en € 1.650 voor kinderen.
Gedwongen terugkeer op tafel
Maar de ministers vertelden ook aan de NOS dat ze hadden gesproken over het mogelijk maken van gedwongen terugkeer voor Syriërs aan wie asiel is geweigerd.
Van den Brink zei dat veel Syriërs nog steeds in het systeem zaten, maar dat die gevallen met de oorlog vaak niet meer tot een verblijfsvergunning leidden en dat Nederland op zoek was naar nieuwe overeenkomsten met Damascus.
Het regeringsrapport over het bezoek beschreef het idee van gedwongen terugkeer als een voortdurende dialoog. Syrië heeft zich tot nu toe tegen dit idee verzet.
In mei vertelde de Syrische minister van Buitenlandse Zaken, Assaad al-Shaibani, aan Euronews dat het afdwingen van onvrijwillige terugkeer “tot chaos zou leiden”, dat er geen overeenstemming was over aantallen of timing, en dat terugkeer deel moest uitmaken van een breder partnerschap op het gebied van wederopbouw.
Veilig retourneren?
De gesprekken berusten op de vraag of Syrië nu veilig genoeg is om naar terug te keren. Het eigen landenrapport van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat vorig jaar na een rechtszaak werd vrijgegeven, noemde de situatie “fragiel”, “onstabiel” en “vluchtig”, en de overgangsregering van Al-Sharaa heeft te kampen gehad met dodelijk geweld tegen minderheidsgemeenschappen.
Er is sinds de val van Assad een bredere Europese druk geweest om Syriërs naar huis te sturen, waarbij Duitsland ernaar streeft het grootste deel van zijn Syrische bevolking binnen drie jaar terug te sturen. In Nederland worden Syrische claims niet langer automatisch goedgekeurd en van geval tot geval beoordeeld.
Berendsen en Van den Brink ontmoetten ook christelijke, Koerdische, Druzen en Alevitische religieuze leiders, waarbij ze benadrukten dat de rechten van alle minderheden gerespecteerd moeten worden.
