Gemiddeld leggen Nederlandse rechtbanken zwaardere straffen op aan verdachten die het minder goed hebben dan verdachten in een betere sociaal-economische positie, zo blijkt uit een nieuw onderzoek naar het strafrecht.

Volgens het WODC is er sprake van “een structureel minder gunstige positie” voor mensen met zwakkere sociaal-economische kenmerken. Het gaat hierbij om het opleidingsniveau, de arbeidsmarktpositie, het huishoudinkomen en de woonsituatie. Gemiddeld krijgen mensen uit deze groep vaker een gevangenisstraf en een langere gevangenisstraf, constateert het WODC. Mensen die beter af zijn, krijgen vaker een boete.

“Als we naar het volledige scala aan sancties kijken, kan dit resulteren in substantiële verschillen in de ernst van de straf. Immigratieachtergrond heeft minder invloed op de criminele uitkomsten dan sociaal-economische kenmerken”, aldus het onderzoekscentrum.

Volgens het WODC is er in het strafrecht veel ruimte voor maatwerk, waarbij bij het opleggen van een straf rekening wordt gehouden met de persoonlijke situatie van een verdachte. De verschillen in strafmaat zijn dus niet noodzakelijkerwijs onrechtmatig. De onderzoekers constateren echter dat er relatief weinig eisen worden gesteld aan de rechtvaardiging van de straf.

Voor het onderzoek onderzochten WODC-onderzoekers gegevens uit ruim 2,5 miljoen strafzaken waarbij bijna 1,2 miljoen verdachten betrokken waren.

Share.
© 2026 Nederlandkeer. Alle rechten voorbehouden.
Exit mobile version