Vrouwen in Nederland krijgen minder kinderen en beginnen op latere leeftijd, meldt het CBS. Het totale vruchtbaarheidscijfer daalde van 1,71 kinderen per vrouw in 2014 naar 1,43 kinderen per vrouw in 2024. In 2024 waren vrouwen gemiddeld 30,4 jaar oud bij de geboorte van hun eerste kind.
Volgens het CBS daalde het vruchtbaarheidscijfer in vrijwel alle gemeenten. In 2014 kregen vrouwen in 65 procent van de gemeenten gemiddeld ruim 1,75 kinderen. In 2024 was dit bij slechts 19 procent van de gemeenten het geval.
“De daling begon waarschijnlijk vóór 2014, aangezien het nationale geboortecijfer sinds 2010 daalt”, aldus CBS. “Het geboortecijfer daalde scherper in sterk stedelijke gebieden dan in andere gebieden.”
In de grote steden, de kustgebieden van Noord- en Zuid-Holland, Limburg en het grensgebied van Noord-Brabant was het totale vruchtbaarheidscijfer in 2014 al lager. Tussen 2014 en 2024 was de daling het sterkst in Fryslân, Flevoland en Zuid-Holland, waar het vruchtbaarheidscijfer met 19 procent daalde. Zeeland kende met 11 procent de kleinste daling.
Bijna de helft (46 procent) van alle kinderen geboren in 2024 was het eerste kind van de moeder. 37 procent waren tweede kinderen en 17 procent waren derde of volgende kinderen. In Staphorst werd het hoogste percentage derde of volgende kinderen geboren, namelijk 41 procent.
Grotere gezinnen zijn vooral te vinden in de Bible Belt, een strook gemeenten van Zeeland tot Drenthe en Fryslân met een hoog percentage conservatieve protestanten in hun bevolking. In de gemeenten in Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland en Utrecht zijn veel minder gezinnen met meer dan twee kinderen.












