Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zei vrijdag een nieuwe forensische methode te hebben ontwikkeld die kan helpen verdachten in verband te brengen met explosies met vuurwerkbommen. Dit gebeurt door sporen van flitspoeder op de huid of kleding te detecteren. Deze sporen kunnen vervolgens in verband worden gebracht met handelingen zoals het bouwen of vervoeren van explosieven.

Het instituut zegt dat de techniek zich richt op restanten van flitspoeder. Flitspoeder wordt veel gebruikt in illegaal vuurwerk zoals de Cobra 6. Een belangrijk meetbaar bestanddeel van flitspoeder is perchloraat. Deze stof kan worden opgespoord door middel van forensische analyse.

De aankondiging komt omdat Nederland gemiddeld 29 explosies of explosiepogingen per week ervaart. Bij veel van deze incidenten zijn geïmproviseerde apparaten betrokken die zijn gemaakt met illegaal vuurwerkmateriaal.

Forensisch onderzoeker Irene van Damme promoveerde op dit onderwerp aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ze verzamelde monsters van handen en verschillende voorwerpen. Dit deed ze voor en na de nieuwjaarsviering.

Volgens het NFI vertoonden haar bevindingen een consistent patroon. De aanwezigheid van perchloraat op de handen houdt doorgaans verband met betrokkenheid bij explosieven.

Van Damme voerde ook experimenten uit over hoe perchloraatsporen kunnen worden overgedragen tussen mensen en omgevingen. Dit is vergelijkbaar met hoe DNA kan worden overgedragen. De experimenten omvatten overdracht via handdrukken. Ze omvatten ook blootstelling in ruimten waar explosieven worden vervaardigd.

Volgens het NFI is het onderzoek al in meerdere rechtszaken als bewijsmateriaal gebruikt. Het instituut benadrukte echter dat verder onderzoek nog steeds nodig is. Een onopgelost probleem is hoe lang perchloraat detecteerbaar blijft op de huid of op voorwerpen.

Share.
© 2026 Nederlandkeer. Alle rechten voorbehouden.
Exit mobile version