Nederland is de grootste bestemming voor Israëlisch kapitaal ter wereld, met €44,9 miljard aan investeringen in 2024 – bijna vier keer zoveel als de VS, blijkt uit nieuw onderzoek van de in Amsterdam gevestigde bedrijfswaakhond SOMO. Het is ook de op één na grootste investeerder ter wereld in Israël, met alleen al in 2024 €27,3 miljard daar geïnvesteerd.
Een groot deel van het geld gaat via Nederlandse holdings die weinig of geen aanwezigheid in het land hebben; Buitenlandse bedrijven gebruiken Nederland en het gunstige belastingregime als kanaal voor hun investeringen.
Tot deze bedrijven behoort Ercas BV, een Europese holdingmaatschappij van Rafael, de Israëlische staatswapenfabrikant. Het heeft geen werknemers en geen adres, en de statutaire zetel is simpelweg ‘Den Haag’, maar via haar bezit Rafael wapenfabrieken in Duitsland, Spanje en Groot-Brittannië, zo blijkt uit het onderzoek.
Rafael legt verantwoording af aan het Israëlische ministerie van Financiën, onder leiding van Bezalel Smotrich, die sinds juli 2025 de toegang tot Nederland is ontzegd, toen het kabinet hem tot persona non grata verklaarde wegens het aanzetten tot geweld van kolonisten tegen Palestijnen en het oproepen tot etnische zuivering in Gaza.
Geld stroomt door
Het geld mag niet worden verward met kapitaal dat in de Nederlandse economie wordt ingezet, zegt Jasper van Teeffelen, auteur van het rapport, tegen DutchNews. “Het is niet zo dat al deze 45 miljard euro in Nederland wordt geïnvesteerd, waarbij Nederlandse fabrieken worden gebouwd en Nederlandse kantoren worden opgezet en Nederlandse werknemers worden aangenomen, waardoor de Nederlandse economie daadwerkelijk wordt ondersteund”, zei hij. “Dit is geld dat door Nederland stroomt.”
Nederland heft geen bronbelasting op rente die het land verlaat, beschikt over een van de grootste netwerken van belastingverdragen ter wereld en maakt het gemakkelijk om een bedrijf op te richten zonder echte binnenlandse activiteiten.
Dit is voordelig omdat wanneer winsten, rente of royalty’s een grens overschrijden, de meeste landen deze op het moment dat ze de grens verlaten belasten, tenzij een verdrag tussen de twee landen het tarief verlaagt. Nederland heeft verdragen met zo’n honderd landen en brengt niets in rekening voor rente en royalty’s die het land verlaten. Betalingen die via een Nederlandse holding worden verzonden, komen dus grotendeels onbelast aan. Het bedrijf heeft geen fysieke aanwezigheid nodig, maar oogt op papier gewoon Nederlands.
Opeenvolgende kabinetten hebben deze regelingen verdedigd als beleid voor het investeringsklimaat, maar campagnegroep Tax Justice Network beschouwt het land als een van de grootste veroorzakers van misbruik van vennootschapsbelasting ter wereld.
Van de 27,3 miljard euro die via Nederland in Israël werd geïnvesteerd, kwam minder dan 1 miljard euro van Nederlandse bedrijven zelf.
“Wie profiteert van deze investeringen?” aldus Van Teeffelen. “Zijn het de Israëlische bedrijven? Is het het Nederlandse publiek? Uiteindelijk zijn degenen die er het meeste profijt van hebben de bedrijven die dit systeem gebruiken.”
Niet alle brievenbussen
Niet elk bedrijf in het rapport past in hetzelfde patroon, zei hij. “In het geval van Rafael is het echt een brievenbusbedrijf. In Nederland hebben ze geen medewerkers. Maar een deel van de anderen heeft hier wel medewerkers.”
Farmaceutisch bedrijf Teva, de grootste particuliere werkgever van Israël, en chemicaliënproducent ICL runnen een echt Europees hoofdkantoor in Nederland, met kantoren en personeel, naast Nederlandse financieringsinstrumenten. ICL vestigde haar hoofdkantoor in Amsterdam in 2014 nadat de Belastingdienst haar een gunstige fiscale regeling had aangeboden, zo meldde NRC destijds.
Elbit, het grootste beursgenoteerde wapenbedrijf van Israël, heeft via twee Nederlandse bedrijven dochterondernemingen in Oostenrijk, Duitsland en Roemenië, terwijl de door Israël opgerichte cyberbeveiligingsbedrijven Check Point en Palo Alto Networks Nederlandse entiteiten gebruiken om dochterondernemingen te houden en hun Israëlische activiteiten te financieren.
De twee technologiebedrijven vertelden SOMO dat hun structuren de standaardpraktijk zijn voor multinationals; Rafael, Elbit, Teva en ICL hebben niet gereageerd op de bevindingen, die volledig gebaseerd zijn op openbare documenten zoals jaarrekeningen gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.

Roept op tot sancties
Van Teeffelen zei dat SOMO de Nederlandse regering oproept om “de EU niet langer te gebruiken als excuus om geen serieuze actie te ondernemen en haar eigen economische sancties op te leggen”. Het kabinet heeft lang betoogd dat economische maatregelen tegen Israël op EU-niveau moeten worden genomen, maar de lidstaten zijn er tot nu toe niet in geslaagd overeenstemming te bereiken.
Maatregelen zouden kunnen bestaan uit het ‘beëindigen van het belastingverdrag met Israël en het stoppen van de bevordering van handel en investeringen via de Nederlandse ambassade of de NFIA’, de overheidsinstantie die sinds 2012 Israëlische bedrijven vanuit de Nederlandse ambassade in Tel Aviv het hof maakt. Een verdrag uit 1973 beperkt de belasting op betalingen zoals rente en royalty’s die tussen de twee landen stromen, en voor het beëindigen ervan zou geen EU-goedkeuring nodig zijn.
Een VN-onderzoekscommissie concludeerde dat er in Gaza genocidale daden plaatsvinden. In 2024 oordeelde het Internationale Gerechtshof dat de Israëlische bezetting van Palestijns grondgebied onwettig was en zei dat staten de situatie niet mogen helpen of bijstaan. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu is ook het onderwerp van een arrestatiebevel van het ICC vanwege vermeende oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.
“Hoe dichter je bij de genocideconventie bent, hoe meer verantwoordelijkheid je hebt om maatregelen te nemen”, vervolgde Van Teeffelen. “Gezien deze nauwe investeringsrelatie en het belang van Nederland als toegangspoort voor kapitaal in en uit Israël, legt dat een grote verantwoordelijkheid bij de Nederlandse overheid.”
SOMO maakt geen beschuldigingen van belastingontwijking tegen de in het rapport genoemde bedrijven en heeft door geen van hen in Nederland onrechtmatige activiteiten aangetroffen. Nederlandse vennootschappen publiceren zo weinig in hun jaarrekening, legt Van Teeffelen uit, dat het onmogelijk is vast te stellen of er daadwerkelijk belasting wordt ontweken of ontweken.
Tot nu toe is er geen reactie van de overheid op de bevindingen geweest, zei Van Teeffelen.
