De gemiddelde leeftijd waarop mensen in Nederland met pensioen gaan, bedraagt in 2025 66 jaar en 4 maanden, zo blijkt uit cijfers die het CBS donderdag heeft vrijgegeven. Ruim 100.000 werknemers gingen dat jaar op deze gemiddelde leeftijd met pensioen – ruim tweeënhalve maand later dan in 2024.
De stijging komt deels doordat minder werknemers stopten met werken voordat ze de AOW-leeftijd van 67 jaar bereikten. In 2025 ging 40 procent van de werknemers vóór de leeftijd van 67 jaar met pensioen, tegen 46 procent in 2024. De AOW-leeftijd bedroeg zowel in 2024 als in 2025 67 jaar en zal naar verwachting stijgen naar 67 jaar en 3 maanden in 2028.
In 2024 is de AOW-leeftijd verhoogd naar 67 jaar. Dat jaar deed 40 procent van de gepensioneerden dat op precies 67 jaar, vergeleken met slechts 6 procent het jaar daarvoor.
De pensioenleeftijden zijn naar verluidt al jaren gestegen, omdat de AOW-drempel is gestegen en zelfstandigen de pensionering hebben uitgesteld. De laatst beschikbare cijfers voor zelfstandigen, uit 2023, laten een gemiddelde pensioenleeftijd zien van 68 jaar en 9 maanden – doorgaans drie jaar later dan voor loontrekkenden.
Vrouwen waren goed voor 45 procent van de werknemers die in 2025 met pensioen gingen, tegen minder dan 30 procent aan het begin van de eeuw. Vrouwelijke werknemers gaan gemiddeld vijf maanden eerder met pensioen dan mannen, aldus het CBS.
