De huren in de vrije woningsector stegen in de eerste drie maanden van 2026 sneller dan de huizenprijzen, het tweede kwartaal op rij dat de huurmarkt de woningmarkt voorbijstreefde, zo blijkt vrijdag uit cijfers van huurplatformen Pararius en Huurwoningen.nl.
De huurprijzen voor nieuw afgesloten huurcontracten waren in het eerste kwartaal 7,3% hoger per vierkante meter dan die een jaar eerder, aldus Pararius, terwijl de huizenprijzen in dezelfde periode met 5,1% stegen en de inflatie 2,1% bedroeg. Nieuwe huurders die een vrijesectorwoning betrekken, betaalden gemiddeld € 1.892 per maand, € 109 meer dan een jaar eerder.
Jarenlang stegen de Nederlandse huizenprijzen sneller dan de huurprijzen, waardoor huren een iets minder onbetaalbare optie werd voor huishoudens die niet konden kopen. Dat patroon is nu al twee kwartalen op rij omgekeerd. Cumulatief blijven de huizenprijzen sinds 2021 stijgen, met 43,7% tegenover een stijging van de huurprijzen met 34,9%, maar de kloof wordt kleiner.
Een deel van de verklaring, zo vertelde Pararius aan Dutch News, ligt in een verschuiving in het aanbod: gemeubileerde woningen, die aanzienlijk hogere huurprijzen vragen dan ongemeubileerd, maken nu 43,4% uit van het beschikbare aanbod in de vrije sector, tegen 35% een jaar eerder. Het platform zei dat het onwaarschijnlijk is dat de verandering een tijdelijk statistisch effect zal zijn en gedeeltelijk kan verklaren waarom de huurprijzen nu sneller stijgen dan de huizenprijzen.
Inkomenseisen zijn groter dan de lonen
Door de stijging van de huren worden de inkomenseisen voor een groeiend deel van de huurders onbereikbaar. Verhuurders verwachten doorgaans dat huurders minimaal drie keer de maandhuur vóór belastingen verdienen, wat zich nu vertaalt in een bruto maandinkomen van € 5.676 om in aanmerking te komen voor de gemiddelde nieuwe huurovereenkomst, bijna € 327 meer dan een jaar eerder.
Dat stijgt sneller dan de lonen. Het nationale statistiekbureau CBS meldde eerder deze maand dat de collectieve lonen in het eerste kwartaal 4,5% hoger waren dan een jaar eerder, het langzaamste groeitempo sinds de piek van 2024.
Het aanbod krimpt nog steeds
In het eerste kwartaal kwamen er slechts 12.947 vrijesectorwoningen op de markt voor nieuwe huurders, terwijl er 14.816 werden ingetrokken, een nettoverlies van 1.869 woningen. Het verschil was vier keer groter dan in dezelfde periode vorig jaar.
Ruim 42% van alle beschikbare woningen in de vrije sector heeft nu een maandelijkse huur van meer dan € 2.000, tegen 36,5% een jaar eerder. Het goedkoopste segment, tussen de dereguleringsdrempel van € 1.228 en € 1.500 per maand, is goed voor iets meer dan een vijfde van het aanbod, maar trekt ruim een derde van alle reacties.
Het gemiddelde aantal reacties per notering daalde jaar na jaar van 46 naar 25, maar volgens Pararius weerspiegelt dit eerder hoe weinig betaalbare aandelen er nog over zijn dan enige versoepeling van de vraag. Het platform vertelde Dutch News dat sommige potentiële huurders het zoeken aan de goedkopere kant helemaal hebben opgegeven en hun zoektocht nu naar duurdere woningen richten.

-U72550027130suI-1440x752@IlSole24Ore-Web.jpg?r=1170x507)










